is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boehbeoor deelingen.

veelbelovenden zoon. — Op bl. 55 wordt als jaar der stichting van Carthago opgegeven 878. Wij gelooven gaarne, dat even geldige redenen voor dat jaar kunnen worden bijgebragt, als voor het jaar 888. Maar dit laatste is tot dus verre schier algemeen aangenomen, en komt in bijna alle werken over de oude geschiedenis voor. Daarom hadden wij het meest algemeene gevoelen ook hier, ter voorkoming van verwarring, liefst zien Volgen. — Op bl. 118 lezen wij: „ de Pharisaeën namen, behalve de geschrevene wetten van Mozes, nog eene overlevering aan, en geloofden aan praedestinatie, onsterfelijkheid der ziel en het bestuur der engelen." Zeer goed; maar had er niet moeten bijgevoegd worden, dat deze secte vele menschelijke instellingen had .gevoegd bij G-ods wet, ja, strijdende tegen de wet; dat zij in de II. Schrift door blinden ijver, hoovaardij, gierigheid en geveinsdheid gekenmerkt wordt; — in één woord, had niet behooren aangeduid te worden, waarom de Heiland zijne discipelen waarschuwde voor den „ zuurdesem der Pharisaeën", hen een gebroedsel van adderen noemde, en herhaalde malen het wee u! over hen uitsprak ? — Op bl. 159 wordt de verbindtenis tusschen PompéjüS , Caesar en Crassus het eerste driemanschap genoemd. Ofschoon zij gewoonlijk onder dien naam in de geschiedenis voorkomt, had toch wel mogen herinnerd worden, dat eigenlijk de benaming van driemanschap, als eene erkende en wettelijke waardigheid, eerst toekomt aan de vereeniging van Antonuts, Octavianus en Lepidüs , die eene bepaalde benoeming, schoon door geweld verkregen, van den Senaat hadden.—Het overzigt der Romeinsche letterkunde, op bl. 180, is bijzonder schraal, en men vindt er ter naauwernood een' enkelen naam na