is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

dat in het vervolg, als de gelegenheid zich daartoe aanbiedt, de stad Amsterdam ook iets doe in het belang eener zoo gewigtige aangelegenheid.

De Heer Zoenen wijst den vorigen spreker op de 2" afd. van het gymnasium, wier strekking ook is: voorbereiding tot kennis van handel en nijverheid. Dat die 2° afd. niet altijd de verwachte vruchten draagt, is veelal aan de ouders te wijten, die hunne zoons te vroeg van de school nemen.

De Heer Rutgebs van Rozenburg huldigt den werkkring van het gymnasium, doch beweert, dat er een zeer groot verschil bestaat tusschen de 2" afd. van het gymnasium en de buitenlandsche handelsscholen.

Door den Heer Kabseboom wordt vervolgens de vraag geopperd, of er gelden beschikbaar kunnen worden gesteld tot verhooging der subsidie voor de Stads Armenscholen, ten einde te voorkomen, dat een zoo groot aantal kinderen niet kunnen worden geplaatst bij gebrek aan ruimte. —De Heer Beeg zegt hierop, dat het getal van de bedoelde kinderen steeds vermindert; en dat als er meer lokaliteit verkregen wordt, het bestaande gebrek geheel zal ophouden. — Dit wordt bevestigd doov den Heer Keer, die na in eenige beschouwingen te zijn getreden over het schoolgaan der kinderen (1), betoogt, daS de uitbreiding der schoollokalen] thans niet meer zoo noodig wordt bevonden, als vroeger werd gewenschfc. De Heer Koenen vraagt, of het buurtmeesterschap dat

(1) Het is jammer, dat liet Terslag te beknopt moet rijn, om ten aanzien Tan zulke opmerkingen niet iets meer aan bet publiek te kunnen bekend maken. De Terzekering omtrent de verminderde behoefte aan voorziening is, in verband met hetgeen in ons artikel van bet begin deies jaars voorkomt, zeer opmerkelijk.