is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

met den Heer Teding van Beekhout. Spr. wijst op het gebrek te Amsterdam aan eene industrie-school, zoo als Duitschland en Frankrijk ze bezitten. Hier te lande is men over het algemeen veel ten achteren met de industrie; spr. beroept zich op de nu geopende tentoonstelling van bouwmaterialen.

Door den Heer Heije wordt het vraagpunt als zeer gewigtig voorgesteld, en de oplossing is z. i. in de lagere scholen zeiven te zoeken; aldaar moest, en dit is beter dan in eene afzonderlijke school, de voorbereiding geschieden tot de kennis van handel en nijverheid.

Op voorstel van den Heer van Iddekinge worden de beraadslagingen over dat punt gesloten; waarop de Heer Koenen den wonsch uit, dat nadere maatregelen omtrent het industrieel onderwijs tot stand mogen komen, opdat het thans gesprokene geen ij dele klank zij.

Post 156. Athenaeum Illustre, ƒ25,055. De kommv. financ. ondersteunt in haar rapport de verhooging van ƒ400 op dezen post,- strekkende, volgens het voorstel van kuratoren, tot bezoldiging van een praeparator bij het Laboratorium Chemicum.

Bij de behandeling van post 157, Kosten van het Gymnasium ƒ20,910, vraagt de Heer van Bosse inlichting aangaande het pensioenfonds voor de docenten, met het oog op het nieuwe pensioen-reglement, door den Raad vastgesteld.

De Heer Koenen geeft ten deze eene historische opheldering. Het pensioenfonds is goedgekeurd bij raadsbesluit, en geene stedelijke gelden zijn er toe aangewend; het fonds bestaat uit stortingen van de minervalia; de docenten hebben een verkregen regt op het pensioen, van dat regt maken zij gebruik; in hoeverre dit regt

1