is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1868 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

haar zittingen houdt. Van haar werken lekt weinig of niets uit, voordat eerst na jarenlange geheime beraadslagingen de wet aan de Kamers ter bekrachtiging voorgelegd en eindelijk uitgevaardigd wordt.

Deze handelwijs mag haar goede zijde hebben; maar zij zal het succes missen dat zij hebben zou, indien de openbare meening behoorlijk voorbereid was; want in het laatste geval zijn de wetgevers van de medewerking der burgers verzekerd, zonder wier hulp het doel toch altijd maar moeilijk te bereiken is.

De volksopvoeding maakt een deel uit van de binnenlandsche en gemeente-aangelegenheden der bijzondere staten. Het legt, scholen en andere inrigtingen van onderwijs te stichten, behoort eigenlijk bij die staten te huis, als ,deel van de Voor hen zeiven gereserveerde souvereiniteit. Zulk een regt komt niet onder het bereik der noodzakelijke bevoegdheid der nationale regeering, en daarom werden aan deze door de afzonderlijke staten bij de algemeene grondwet zulke regten niet gegeven. Toch heeft steeds liet Congres de belangen van volksopvoedingen onderwijs in het oog gehouden; terwijl het door de aanvaarding van het Smiïiison's legaat en de stichting van het „ Smithson's instituut voor de verspreiding van nuttige kennis " een zekere bevoegdheid heeft Verkregen, waarvan het een getrouw gebruik maakt. Vooral echter bij de organisatie van nieuwe territoriën, door de oprigting Van het opvoedings-bureau, en het afstaan van landerijen ten Voordeele der scholen, toont het zijn belangstelling. Evenzoo heeft het Congres, bij de organieke wetten voor het in de Unie opnemen van nieuwe staten, openbare fondsen voor het onderhoud der scholen en andere leerinrigtingen in het leven geroepen. Velen der nieuwere staten hebben aan deze bron hunne aanzienlijke schoolfondsen te danken.

Het Congres handelde in dit opzigt steeds in overecnstem-

Bijdr. Jan. 1868. 2