is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1868 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

wel altijd door den onderwijzer te geschieden, en zou een der verstgevorderde leerlingen, wiens stem beter met die der anderen overeenkomt, dat voorlezen niet ook somtijds kunnen en mogen doen? Al deze en andere vormen zouden veel afwisseling kunnen aanbieden en bovendien in vele opzigten beter zijn. _ _

Meermalen ziet men in de schrijfoefeningen ook weinig of geen veranderingen. Dagelijks schrijft men iets na, dat op het bord voorgeschreven is, en in de eene of andere spreuk bestaat, totdat men eindelijk in staat is zoogenoemde voorschriften na te schrijven. Voor eerstbeginnenden bezigt men gewoonlijk leijen, voor de overigen papier of schrijfboeken, naar'het een of ander stelsel ingerigt. Als dit nu dagelijks altijd op dezelfde wijze plaats beeft, zal het mooije er dan niet allengs meer afgaan? Moeten allen gelijktijdig de pen op het papier zetten? Zou men niet eerst op de lei kunnen wedijveren om verlof te krijgen op papier te schrijven? Kan er niet somtijds gesproken worden over den vorm, den stand, de grootte der letters, enz.? Met en zonder lijnen en op andere wijzen is er toch altijd wel afwisseling te vinden. Dat dit alles het werk veel kan veraangenamen en de vorderingen buitengemeen vergrooten, ook bij andere vakken, behoeft dit nog nader betoog? Neen, gij zult gewis reeds overtuigd zijn, dat de aangewezen verbeteringen niet uitgesteld mogen worden, dat zij volstrekt noodig zijn, zoo gij wilt dat de school allengs beter moge worden, zal bloeijen en die gezegende vruchten opleveren, welke men met regt van haar mag verwachten.