Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZONDERLINGE BRUIDEGOM

RIJNSTEE (opziend). Hè, wat is er? (Hetty wendt zich onwillekeurig 'n weinig van Rijnstee af).

OBER. Of mevrouw ... of de juffrouw even bij mevrouw haar mama zou willen komen.

HETTY (opstaand). O, dank je wel, hoor, ik kom! (Ober treuzelt bescheiden aan de deur).

RIJNSTEE (even opstaand). O, God, de mama!

HETTY (plagend). Ja, die is er ook. Je weet niet, waar je hier verzeild bent geraakt! Mag ik m'n brief ?

RIJNSTEE (aarzelend). Ik heb 'm nog niet uit!

HETTY (haastig). Enfin, dan krijg 'k 'm straks wel!

RIJNSTEE. Ja!

(Hetty snel af door de fonddeur, welke de ober voor haar openhoudt).

10e tooneel. DE VORIGEN (zonder Hetty).

(Rijnstee kijkt nadenkend, beurtelings vóór zich en in de lucht. Ober, hem in 't geheim opnemend, scharrelt wat heen en weer op den achtergrond).

OBER (na 'n stilte, leuk). Meneer heeft niet lang gewandeld.

RIJNSTEE (onverschillig). Nee! (spel als zooeven). OBER. Blijft meneer misschien hier logeeren? v. RIJNSTEE. Wat zeg je?

OBER. Ik zou dan de balconkamer in de zijvleugel voor u in orde kunnen laten maken. Het is daar heel prettig en ruim. Er logeeren dikwijls twee personen.

RIJNSTEE (onrustig). Nee, je weet m'n adres! Daar blijf ik!

OBER. Zooals u wilt, meneer. Ik dacht alleen: de mensch is veranderlijk, niet waar? Ik, als ik 't zoo eens zeggen mag, als ober weet dat. Waar ben ik al niet geweest? Maar, ach, ten slotte keert men toch terug, waar men hoort! (filosofisch, hoog, terwijl hij door den fond verdwijnt) Behalve, wanneer men ober is, behalve wanneer men ober is!

(Rijnstee kijkt hem verbaasd en eenigszins achterdochtig na).

Sluiten