Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZONDERLINGE BRUIDEGOM

RIJNSTEE (dankbaar). Als u wist, hoe dankbaar ik u ben, dat u er ook zoo over denkt!

v, BR. Ook zoo? Wie dan nog meer?

RIJNSTEE (zich herstellend). Ik wil zeggen, dat u 't zelfde gedaan zoudt hebben, als ik.

v. BR. 't Zelfde? ('t hoofd schuddend) Nee, jongen, waar zie je me voor aan? Ik kan bewonderen, ik kan begrijpen, maar óók zoo'n veldslag winnen, dat is mij niet gegeven. Er worden geen twee Napoleons geboren in één eeuw!

RIJNSTEE. Nu, nu!

v. BR. (enthousiast). Ja, jongen, Napoleon! Ik weet je niet anders te noemen! Ik heb een ontzag voor je! — Kom hier nu eens bij me zitten, zóó! — Jongen, Rijnstee, je kent m'n vrouw, nietwaar? Mij ken je niet. Wiè kent me? Niemand! 'k Ben zelfs voor mezelf 'n vreemdeling geworden. Dat zachtmoedige, bescheiden mannetje met z'n zijige witte haar, ben ik dat? Nee, dat is de man van mevrouw van Brandelen. Hij zelf is heel anders. Ik ben wild, Rijnstee, woest, kwaadaardig bloeddorstig zelfs!

RIJNSTEE (vergoelijkend). Kom, meneer van Brandelen !

v. BR. (door z'n eigen woorden meegesleept). Laat me uitspreken, één keer! — Ja, bloeddorstig! Ik kan moorden,

ik kan Maar uiterlijk blijf ik de man van mevrouw

van Brandelen. Dat is dadelijk zoo geweest, van 't oogenblik, dat we elkaar leerden kennen. Ze heeft 'n poids, 'n overwicht! Op de huwelijksreis was ik een van haar koffers, die ze plaatste waar en zooals ze dat wilde. Ik was 'n flinke vent, zee-officier, wel wat klein van stuk, maar 'k stond m'n man. Voor haar ben ik uit dienst gegaan — 'k moest onder haar commando komen, ze mocht me niet uit 't oog verliezen — en heel m'n leven is werkeloos geweest, nu ja, zoo'n beetje in zaken als commissaris en meer van dat genre, maar 't had toch niet veel om 't lijf. Ik werd kamerheer ter beschikking van Hare Majesteit mevrouw van Brandelen. Ze kon 't zich permitteeren.... fortuin genoeg. Dat laatste heeft me altijd wel wat gedrukt. Stom

Sluiten