Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN BOEK OP DE GRENS

afgesneden. De tragiek van het halfslachtige komt aldus in beiden vaak aangrijpend naar voren.

Alfred leeren we eigenlijk eerst goed kennen uit een brief aan zijn moeder, wanneer hij reeds geruimen tijd voor zijn gezondheid in Zwitserland vertoeft, het land dat de auteur bewijst door en door te kennen in meer dan een natuurbeschrijving.

Alfred's ziekte brengt hem psychologisch min of meer in een pathologisch kader, wat later, bij een financieele affaire vooral tot uiting komt. Het besef, dat hij onnuttig en onnoodig in de wereld is, drukt hem meer en meer. Hij is zich voor zichzelf gaan schamen, dat hij jaren niets deed dan geld uitgeven, verteren en nog nooit een cent verdiende. Als iets zóó onwaardigs is hij, ten slotte, dit gaan voelen, dat hij den proletarischen arbeider in zijn levenstaak benijden kan.

De psychologische ontwikkeling in de kinderen der rijken is ongetwijfeld belangwekkend; zij blijft ook geheel in de lijn, waarin van Hulzen's talent zich in zijn vroegere werken openbaarde. Van Hulzen was en is ook in dit boek de auteur gebleven van het „daadwerkelijk zielkundig gebeuren". Dat wil zeggen, Marjan's en Alfred's gemoedsleven leeren we kennen uit kleine levensdaden, op het oog vaak zeer onbeduidend, zooals er bij wijze van spreken, honderd dingen op een dag gebeuren kunnen. Maar juist dit maakt de teekening dezer beide menschen zoo levensecht en juist dit maakt den roman tot een brok werkelijk leven. Het is merkwaardig te zien, intusschen, hoe van Hulzen's opmerkingsgave vrijwel uitsluitend is ingesteld op levende objecten; in den mensch, dien hij observeert, ontgaat hem niets en hij heeft de gave in beeldende taal neer te schrijven wat hij waarneemt. Maar zoodra hij iets anders dan menschen gaat observeeren, treedt een opmerkelijke verzwakking in, er komt iets aarzelends naar voren, een mate van onzekerheid die hij in den stijl natuurlijk met onvermijdelijke geforceerdheid tracht te maskeeren. Als Gerard van Hulzen de natuur gaat beschrijven, voelt men, dat zijn hand aarzelt. Over de menschelijke ziel,

Sluiten