Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK

de historie-onderzoekers. In dezen roman worden wij gevoerd naar de plek waar het riviertje de Vézère zich in de Dordagne stort. Daar leefde de stam wiens voorvader de Beer was, de groote heilige holenbeer, wiens leven gespaard werd omdat men den voorvader vereerde, maar de strijd om het bestaan, een bestaan dat bedreigd wordt door de langzame geheimzinnige verandering in de natuur (de overgang van de ijsperiode naar het gematigde klimaat), de verandering in de planten- en dierenwereld — hadden de ouden niet den Mammouth gekend en begon zelfs het rendier niet te verdwijnen? — die strijd dwingt den stam den heiligen beer te offeren. Alleen zoo kan volgens de Wijzen „het verbond tuschen den voorvader en het volk bezegeld worden". Doch ook dit offer is tevergeefsch, de natuur gaat onmeedoogend haar gang, de menschen hebben geen voldoende voedsel en kleeren meer, het ras sterft uit en het moet toelaten dat een vreemd volk, komende uit het Noordoosten, zich neer zet in zijn land en het langzamerhand overheerscht. Dan ontwaakt bij No, wiens levensgeschiedenis en die zijner bekoorlijke zuster Mah de draad van het verhaal is, het verlangen, te zijn als dit vreemde volk, te kennen wat het kent en vooral één ding zich eigen te maken: de macht over het dier, want het vreemde volk bracht den hond mede die gehoorzaam is aan zijn meester. Tot nu kende de stam van den Beer het dier alleen als vijand. Het doodde hert en rendier, wild paard en rund om er van te leven. Het teekende gelijkende beeltenissen dezer dieren en van anderen die gevaarlijk waren op de rotsen en in de holen, opdat zij door deze tooverkracht met hun leven gebonden zouden zijn aan den mensch. No, die zulk teekenaar is, ziet ten slotte ook de redeloosheid in van dit toovermiddel; hij laat zijn kunst varen en spant zijn gedachtenkracht in om de meester te worden van een dier. Hij kiest het paard voor zijn nieuw doel, vangt een veulen, dat hij in plaats van het te dooden, zacht behandelt, voedsel toedient, met vriendelijke woorden poogt te bedaren en als hij er een geheelen ijskouden nacht mede heeft doorgebracht, naar huis geleiden wil. Dan gebeurt het verschrikkelijke. No die getracht heeft de redder van zijn volk

Sluiten