Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAARDEBLOEMEN

Vroolijk keek ze hem aan, maar toch was 't alsof haar groote donkere oogen iets terugdrongen....

„Ga je al," vroeg ze, terwijl ze haastig opstond....

,,'t Is zoo'n prachtdag," antwoordde hij vaag en hij voelde, hoe zijn wangen kleurden.

Met een juichkreet hingen de kinders aan zijn armen. Lachend gingen ze het tuinhek uit.

Mevrouw Forbes zag ze gaan door de bloeiende, feestelijke laan, waarvan de grond bezaaid was met witten bloesem en ze hoorde hun vroolijke, lachende, jonge stemmen.

Ze zag zijn smalle tengere gestalte, donker tusschen de feestelijk gekleede lentekinderen en ze zag zijn prachtige blonde haar, dat glansde in de zon en waar hij telkens, in gewoonte-gebaar, door streek.

Heel dit bloeiende gelukkige beeld wilde ze vasthouden. Bewust keek ze — en ze wist: zoo zou ze het later altijd weer terugzien — later.

En weer voelde ze het als een lichamelijke pijn. „Haar jongen, haar eenige, hoe lang nog?"

II

Buiten het villadorp waren ze gekomen op de groote rechte, witte wegen met de smalle slootjes er langs, die netjes de bloeiende weien voor hen afsloten.

Prachtig waren de weien in hun Meie-weelde.

Hoog en recht stond het malsche gras dat bezaaid was met wit en geel en teer licht-lila van de jonge pinksterbloemen.

In de verte luidde een ernstig kerkklokje. Een koe loeide, heel ver weg.

Bij een klein wit hekje, dat openstond, gingen ze het smalle zwarte paadje af en eindeloos lang liepen ze door langs de bloeiende, zoetriekende weien.

De zon stond hoog en straalde warm naar de aarde, alsof ze dien dag al haar warmte tegelijk af moest geven.

Bijen gonsden en zochten gretig in de jonge rechte bloeiende bloemen naar geurigen verschen honing.

Sluiten