Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

vaarden moest. Voorzichtig nam hij de breede strook papier tusschen duim en wijsvinger, hield haar in de hoogte en vroeg met een verachtelijk accent:

„Wat is dat voor een ding?"

„Een critiek!" bromde Merker. „Lees maar!"

„Een critiek? Over mij? Waarom zou ik die lezen? Er worden zooveel critieken geschreven."

„Jawel, jawel!" hoonde de ander. „Men moet nooit te nieuwsgierig lijken, dat begrijp ik. Maar wees voor mij niet bang! Ik weet, dat je niet ij deler bent dan de meeste kunstenaars."

„Beroemen tegenwoordig de kapitalisten en de suikerplanters zich op menschenkennis? Dan ben ik bereid te lezen," sprak van Baerle en hij ontvouwde de courant.

Zoo ontspon zich meestal de conversatie tusschen hen beiden. Het begon met een kleinen twist, een lichte schermutseling, waarbij de een den ander poogde te kwetsen. Gewoonlijk was het de planter, die den eersten stoot beproefde, en de schilder, zoodra hij den toeleg bemerkte, antwoordde vaak niet minder scherp dan hij werd aangevallen. Op die manier schenen zij elkander voortreffelijk te begrijpen.

De critiek bleek een document, waarmee zelfs een beroemd artiest tevreden kon zijn. Geen dubbelzinnige bewoordingen, noch halfslachtige omhaal! Willem las en enkele zinsneden prentten er zich in zijn geheugen: „De monumentale pracht zijner scheppingen Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa verreweg de belangrijkste figuur.... Zijn bescheidenheid als mensch en zijn groot-

sche allure als kunstenaar " Om de lippen van den

lezer plooide er zich een bittere glimlach. Langzaam hief hij het hoofd omhoog, terwijl het uitgespreide blad kreukelend op zijn knieën zonk.

„Nu?" vroeg Merker, aandachtig zijn gelaatsuitdrukking bespiedend.

„Dwaasheden, mijn beste Archibald!" zuchtte de kunstenaar. „Voor de heeren van de pers is het een mode, om met mij te coquetteeren. Men beschouwt mij, zooals een

Sluiten