Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZONDERLINGE BRUIDEGOM

aan 't station — jij was de bosschen ingegaan — dat had je ook niet zoo lang voor je moeten houden. Ik beefde, toen ik 't las en toch, Huug, 't is gek, 't gaf me iets, dat ik, eerlijk gezegd, wel eens gemist heb. Ik zag je opeens terug, zooals je was, toen we voor 't eerst kennis maakten, en ik dacht: waarom heeft hij zich zoolang verborgen gehouden? En ik vroeg me af: bèn ik, zooals hij me afschildert? En, zoo ja, ligt dan de schuld geheel aan mij? Als 'n man zich — neem me niet kwalijk, Huug! — geen man toont, wordt er dan niet iets in de vrouw wakker, dat daar om roept? En als dat niet helpt, treedt ze dan niet 'n beetje in zijn plaats? O, nee, Huug, niet dat ik mezelf vrij wil praten! Als ik je werkelijk zooveel verdriet heb gedaan, weet ik niet, hoe ik dat goed moet maken. Maar toch, 't ligt ook wel wat aan jou!

v. BR. (nederig). Truus, dat je me zóó ontvangt na wat ik geschreven, wat ik gedaan heb! Ik heb je wèl miskend!

MEVR. v. BR. Dat ook weer niet, Huug! Je bent misschien altijd te goed voor me geweest. Maar of dat 'n deugd is?

v. BR. Truus, je staat, geloof ik, ver boven me.

MEVR. v. BR. (met 'n onblij lachje). Laten we liever naast elkaar komen te staan, Huug!

v. BR. Ja, kind! (kust haar stil de hand) Ziezoo — dat hebben we eigenlijk allemaal aan dien goeienLuuc te danken.

11e tooneel. DE VORIGEN. HETTY (komt haastig uit den fond).

HETTY. Ma, oom heeft me daar verteld we moeten

dadelijk weg!

MEVR. v. BR. Waarvoor, kind? Kun je je vader niet goedendag zeggen?

HETTY. Jawel! Dag, pa! — Hij is hier!

MEVR. v. BR. Wat? (begrijpend) Nee! — (tot v. Br.) Is 't zoo? (v. Br. knikt, wijst op 2e deur rechts).

HETTY. Kom mee, ma!

v. BR. (niet zonder humor). Kind, wil je nu wèèr wegloop en?

Sluiten