Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK

zen van het verloren land bleven achter het mysterie der stilte van den bleeken nacht voor haar brandende oogen verborgen."

Er is in den roman van Johan Koning zeer veel schoons en hij getuigt vooral van een groote liefde en eerbied voor Indië.

Is het aan dit laatste te wijten dat de schrijver, wellicht om het contrast sterker te doen uitkomen, ons zooveel hoogstaande menschen in Indië voor oogen brengt en daar tegenover geen enkelen op dit peil staanden Hollander? Ontmoette Sosro in zijn studietijd, zelfs onder zijn hoogleeraren nooit eens een krachtigen en tegelijk fijnvoelenden Europeaan, die hem wellicht een ander, hoopvoller antwoord op de lippen zoude gebracht hebben dan dit laatste? Inderdaad is het dansende, flirtende, leege Den Haag zeer goed weergegeven in „Het verloren land" en als wij niet wisten dat de hofstad ook haar ernstige zijde heeft, ook haar fijnen artistieken kant en bezonken wetenschap, dan zouden wij ons afvragen of het niet beter ware alle Indische studenten die woonplaats te ontraden?

Wat, vragen wij, komt er van „de bewustwording van de Javanen en hun verhouding tot Nederland" terecht wanneer hun omgeving er een is als die van Sosro, den bescheiden regentszoon en zijn minder goede, oproerige landgenooten, die hem (gelukkig tevergeefs!) trachten mede te sleuren in hun communistische pogingen? Ware dit geschied, dan zou Indië inderdaad het verloren land voor Sosro geworden zijn. Nu kan een ernstig lezer nog hopen dat de brandende oogen zijner jonge vrouw onmachtig waren de lichtstreep van het land te zien, dat in waarheid wel ergens ligt in dien donkeren nacht. Want Java en de Javanen bergen de kracht in zich, het weer te ontdekken en hun oude schatten weder op te delven.

M. C. VAN ZEGGELEN.

Sluiten