Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0 B J| DEN AANVANG VAN

Maar intusfchen heeft onze aarde Toch op nieuw haar loop volbragt: Rustloos doen de jaarfaizoenen Haar verderven en' hergroenen. Zoo gehoorzaamt nog .de ontwikkling t Hoog bevel van 's Eeuwgen magt.

De aarde (treeft op nieuw den loopkring

(Voor haar afgeteekend) in.

Komt, begroeten wij de da^eri

De iiren, die wij nooit nog zagen r

Juicht: een jaar, dat in de toekomst

Wiep, neemt heden zijn begin!

tweede zang.

Zijt welkom, nieuw begonnen jaar!

De reine galm van ftem en fnaar

Bevlerkt uwe eerfta flippen.

De klok deed naanw uw komst verftaan,

Of Godvrucht lachtte u zeegnend aan ,

En t feestlied vloeide zacht van vriendfehaps rozen lippen.

Triomf! toen gij den zwnngren fchoot

Der donkre toekomst eerst ontvloodt,

Toen zongen zaalge koren,

In eeuwgen morg-englans gehuld;

Ja, eerge in 't niet verzinken zult,

Zijn duizend duizenden voor de eeuwigheid geboren.

Gelijk de daagraad, die in 't oost

Nog flaauw door 't wijkend nachtfloers bloost,

Wen fier en maan verdwijnen:

Zoo zien wij, reeds door hoop gevleid,

Aan 't grensperk der aanwezenheid,

Ontelbre kindren gods in 't wisflend liof verfcliijnen.

Wen 't wiegend koeltje fuist en fpeelt, Daar 't lentebloeifems open flreelt, Dan dauwt elk bloempje geuren. Maar eeuwig zal de menfehenfehaar,

? in dit pasbegonneti jaar Het licht moet zien, dat jaar den lofzang waardig keuren,

/ui* ™Ur Wordt d'aardbol meer bevolkt.

M^r,ge'?ftralen zacht omwolkt,

nnr Jv, enkl?uren ^mpen, Ontwiklen, jn «Q„ . • r i -

Gods telgen Si Z ™ yerfchl?r' r-oWri \t a~ n-,,et aamloos niet, Gehuld in fterfl^kheid, beftemd voor vreugd en rampen.

Wal?

Sluiten