Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SS ©VER. HET VOORTREFFELIJKE

ne lot van het menfchelijk geflacht, toen de tijd, tot jezüs geboorte beftemd, eindelijk verfcheen, zelfs de Joden, waaronder nog de vonken van zuivere GodsKennis glimden; zelfs de Joden hadden zich, in eenen zwarten nacht van onwetendheid en dwaling als besra ven; en ook de berigten van eiken wereldonderl zoeker, verzekeren ons. dat het lot van alle volken tot welke de leer der Christenen nog niet is doorge' tïOnPfï\rJ0 heJtzelfde is' W™ toch hebben o fH ld I ?n,tde5ts dat al den weIIust «"« onbevlekte onkhuld geniet, dat zich in het aanwezen, op eene redehjke w1JZe, verheugt, en de onfehatbare waarde der menschheid gevoelt? Waar hebben zij een volk ontaew, dat de onbevatbare liefde van zijnen Eeuwigen Schepper befeft, en zich vertrouwelijk aan zijne vaderlijke ontferming overgeeft? Waar hebben zij een volk ontdekt dat aan Zijne beftemming voldoeraat hTe-^ door zalig is, en met blijde «elerust eenen volmaaktere n Hand in het toekomend leven verwacht? Neen ,

alle berigten verzekeren ons eenparig, dat, in alle ftre ken der aarde, menfehen wonen, die hunnen we" be dorven, en het genot des levens vergiftigd hebben" Hier, toch, vinden wij kindfche onnoozelheid om" heihgd door al de gebreken uit woeste driften en onbeituurde hartstogten ontflaan; dom en gevoelloos kruipen zij het leven door, beroofd van al de genoegens die het geregeld maatfchappelijk leven fchenkt, en onbekend met het heil, dat ware deugd, of pligtbetrachting, ons aanbiedt. Ginds ontdekken wij een weinie meer ontwikkeld vernuft, maar te gelijk ook meer ondeugd, en meer zucht om het geweten, zoowel als de lomp uitgedachte Godheden, door opofferingen, vaak honend voor de menschheid, te bevredigen. En zouden oeze, toch altijd redelijke fchepfelen, die zich allengs ineer van hunne natuurlijke voortreffelijkheid verwijde. «T'-S?1 dieper neêr te zinken, het oordeel des Ëeuwiw?nn7er?dregters dan ontduiken? Mijne ziel fiddert, iwfiim- VV*" de' door hun gefchondêne, wetten der wm! ' en ik moet mijzelven aan deze jammervolle befchonwing „«rukken, _ en kunt gij dan nog langer, de bekendmaking Van jEzys leer, onder deze ©pwetenden, verachten?

I K,

Sluiten