Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1EVENSB IJ ZONDER H EDE N

Zijne Aartsbisfchoppelijke waardigheid verbondene uitga* Ven , onvermijdelijk noodig hadde gehad.

Zijn eigen huis voor te ftaan, rekende hij vervolgens eenen heiligen pligt. Hij wilde door zijn eigen voorbeeld hervorming bewerken; dit zou op het luidftefpreken, en op bet helderst lichten. Zijne huisgenooten werden eerst na de ftrengfte beproeving verkozen, daarna altijd zeer naauwkeurig gade gellagen, in geregelde orde gehouden, maar ook zeer grootmoedig betaald* Hebzuchtige, omkoopbare, flaafsgezinde bedienden, werden aanltonds afgedankt, zoodra hij hen ontdekte. De hoogere bedienden droegen niet die prachtige titels welken men hun anders, aan de Hoven van geestelijke en wereldlijke Vorften, gewoon was te geven; de voor» naamfte was die van Hofmeester. Twee deugdzame en Godsdienflige Priesters had hij altijd bij zich, opdat zij hem, bij dag en nacht, in alle voorkomende gevallen, fteeds vaardig bij de hand zouden zijn; en twee nog waardiger Priesters, hadden geen ander ambt, dan zijne gangen en fchreden na te gaan , en hem ernltig tc berispen, wanneet hij ooit zijne waardigheid vergat. Een ander had den post, om toe te zien, dat alles in zijn buis ordelijk en naar behooren gefchiedde* Een ander moest de gasten ontvangen en bedienen; nog een ander, de openlijke, en een ander de heimelijke,aalmoezen uitdeeleh; en een ander, de zieken oppasfen. Alle moesten dagelijks, een weinig na zonnen opgang, in eene Zaal, welke aan zijn fiaapvertrek grensde, bijeen komen, en met hem eenige Pfalmen, ten morgengezang, beurtelings opzingen. Bij nacht mogt niemand uit het huis gaan. Ook was het allen, die in zijn huis waren verboden de fchouwfpelen te bezoeken, degens of andere wapenen te dragen, enz. De Meeding was eene gemeene eenvoudige dragt, meer kloosterlijk, dan vor-

fteliik. Men zou denken, dat weinig menfchen „

ten minfte onder de leken, te vinden waren geweest, die zin hadden om in zijnen dienst te treden; dan, iioe ftreng, aan den eenen kant, de orde van zijn huis was, zij had ook, daar tegen, hare bevallige zijde: zijne vaderlijke liefde, jegens allen, die in zijn huis waren; de ftipte, zeer ruime, en van tijd tot tijd met verrasfende gefchenken verzelde, betaling; vrije geneesmiddelen en oppasfing, in ziekte; het vrij gebruik van zijne boeken en gereedichap; vrije wagen en paarden, tij voorval-

3eS~

Sluiten