Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ü:4

LE VENSBIJZONDERHEDEN

Wanneer de Aartsbisfchop daarin uitdrukkelijk bewilligde. Daar nu dit ftift geen bewijsfchrift van zulk eene bewilliging had, hield borromeus dat voorregt voor vervallen, en behield aan zich het regt, om die koorheeren te vifiteren., De Paus, wien hij over het geval fchreef, gaf hem regt en volmagt tot de vilitatie. Dit werd het ftift aangezegd. Na verloop van eenige maanden , zond hij werkelijk den koorhéeren eenen Priester toe, om hen van zijne komst te verwittigen. Zij waren in hunne kerk. Toen zij het berigt hoorden, joegen zij den afgezondenen des Aartsbisfchops, onder fchelden en bedreigingen, weg, en verzamelden tiit de nabuurfchap gewapende mannen, die zij te gelijker tijd in llagorde fielden. De Kardinaal kwam , op eenen muilezel gezeten, naar de kerk; twee Priesters droegen de teekenen der Kardinaals- en Aartsbisfchops!» waardigheid voor hem uit. Bij de kerk gekomen, Hapte hij af; dan zoodra hij den dorpel der kerk wilde betreden, begonden de Priesters overluid te roepen, de gewapende lieden trokken hun geweer, en drongen hem met geweld terug, de kerkdeur werd hem voor het hoofd toegefloten en gegrendeld, en hij moest onverTigter zake heen gaan.

Ter zeiver tijd arbeidde men met alle magt, om het hart des Spaahflhen Stedehouders van hem af te trékhen. Tot dat einde, werden denzelven al de moedige flappen des Aartsbisfchops voorgedragen als eene kreh» iing van het regt der Overheid, en men wist het ook , door listige en vaifche redenen, ten laatfte zoo verre te brengen, dat de Stedehouder een edict liet afKondi,gen, door hetwelk ieder een gewaarfchuwd werd, de .Koninklijke Regt en niet te na te komen, naardien zoodanige onderneming als hoog verraad aangezien , en geflraft zou worden. Niets konde onfchuldiger en billijker zijn, dan de letter van het edict, doch ook mets fnooder en onregtvaardiger, dan de geest en het oogmerk van hetzelve. Op niemand, dan op den Aartsbisfchop, was het gemunt; en dit werd ook zeer ras en duidelijk begrepen. Geen pleitbezorger, geen fchrijver, durfde het derhalve meer wagen, om voor de Aartsbisfchoppelijke regtbank in eenige zaak te verfchijnen; zijn ganfche Hof- ftond eerlang geheel ledig; onder de geringffën der geestelijkheid, koude men naauwelijk eenen kopiist vinden, die zich tot het affchrijven,

aan-

Sluiten