Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ca rel borromeus.

123

ren, en de kinderen in de omhelzing der ouders; en, hetgeen de ellende nog vermeerderde , uit gebrek aart doodgravers, moesten zij -zelf eikanderen begraven. Zoodra dit borromeus herig* werd begaf hij zich ijlings ^derwaarts, en dewijl hij niet binnen in het huis durfde gaan, wandelde hij rondom hetzelve, en vertoonde zich aan de ongelukkigen, die uit de venftera Jkeken, én van honger en ziekte uitgemergeld waren. Zij klaagden ; bij weende, en beloofde hulp.

Zoodra hij terug gekeerd was, liet hij al het zilverwerk dat hij in huis hadde', naar de munt brengen» om er geld van te liaan, en zond het, tegelijk met'linnen, kleederen, en fpijze naar de plaats van waar hij gekomen was; hij gevoelde het gebrek daarvan in zijn eigen huis. Tevens werden uit Zivitferland öppasfers ontboden, en een Priester, om de ftervenden de laatfte hulp te verkenen. Hiermede werd echter naauwelijks het kwaad in zijn begin geftuit; ontelbare huisgezinnen in de ftad, hadden zijne hulp noodig, daar de ziekte de armoede, en de armoede de ziekte deed toenemen. Men moest derhalve alomme boden heen zenden, om bij vermogende huizen geld in te zamelen. Niet min treurig was het gefield met de Priesters, van welken fommige uit de ftad geweken waren, en anderen, even ontrouw aan hunnen pligt, zich in hunne huizen verborgen hielden; weshalve velen op het lterf bed zich beklaagden, dat zij, midden in eene groote Had, moesten fterven, als of zij in fpelonken en holen der bergen , of in woeftijnen waren. Borromeus wendde zich daarom tot de Kloosterlingen, onder welken eenige hem beloofden, hem overal te volgen waar hij hen zenden wilde, indien hunne Voorftanders hun zulks wilden veroorloven.

Wanneer het intusfchen ruchtbaar werd, onder de Geestelijken, dat de Aartsbisfchop voornemens was met eenige Priesters een' keer door de Had te doen , en zoo de omftandigbeden het vereischten, zijn eigen leven te wagen, maakten zij onderling affpraak, hem zulks te weigeren, wanneer hij er hen toe riep. Toen hij dit vernam, liet hij eerst eenigen van hen, en daarna allen tegelijk, bij zich komen, en Heide hun voor, da dwaasheid hunner verbeelding, als of zij in hunne huizén veiliger zouden zijn dan op de firaat, de verpligting welke hun ambt hen opleide, en wat hij meer tot

aan-

Sluiten