Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13» levensbijzonderheden

en hem, bij den Paus mondelijk op te klaren. Hij be* reikte ook volkomen zijn oogmerk. Dit maakte den Stedehouder woedend. Men nam een befluit, om twee Overheidsperfouen, als gezanten, naar Rome af te vaardigen x ten einde de gekrenkte voorregten der Milanezers, tegen hunnen Aartsbisfchop te verdedigen, dewijl toch de zaak door brieven en eenen gehuurden voorfpraak, tot hiertoe, niet dan koel en flaperig werd voortgezet, en het in allen gevalle meer afdoen zoude, wanneer de Paus niet flechts doode letteren las, maar uit deze gezanten de klagten van den ganfchen Staat zou vernemen. Men hoopte, indien ook hierdoor niets mogt uitgewerkt worden , dat den Aartsbisfchop, voor bet minst, de onuitwischbare vlek, van eenen rustverstoorder, en een twistgierig, onrustig mensch, zou worden aangewreven , gedurende wiens ganfche regering , de klagten en oneenigheden fteeds levendig bleven, en het Roomfche Hof met dezelven onophoudelijk lastig werd gevallen. Deze gezanten werden ook werkelijk afgezonden, en kwamen te Rome. Onder weg werden zij overal als vervolgers der onfchuld vervloekt, en als zoodanigen ontvangen. Te Milaan kwam het, toen de zaak ruchtbaar werd, bijna tot eenen opftand. Bij hunne aankomst te Rome, gaven zij , uit hoffelijkheid , den Aartsbisfchop een bezoek; doch zij vonden hem reeds bezig met inpakken. Daarover waren zij zeer geraakt. Dan borromeus had zijn befluit genomen, hij verachtte heel het gezantfchap , en keurde hen niet waardig, op hunne aanklagten te antwoorden. Hij reisde naar Milaan terug, en logenftrafte daardoor tevens een ander vijandig gerucht, dat men in Italië verfpreid hadde, dat, namelijk, de Paus hem tot zijnen Vicarius had benoemd, en dat, onder dezen titel, zijne afzetting verborgen werd. Een gerucht dat zoo veel geloof vond, dat zelfs eenige openbare ligtekooijen, die te Rome een ongebonden leven leidden,, de vlugt namen uit de hoofdftad, om de ftraffen te ontgaan, welke zij onder dien nieuwen / icarius te wachten hadden. De vreugde was algemeen onder het volk, toen borromeus "te Milaan wederkwam; men liep hem eenige mijlen verre te gemoet, men drong rondom hem te zamen, men vattede zijne kleëderen , men kuste zijne knieën, men hief de armen ten hemel, en dankte god voor zijne wugkomst. Dit was dan de haat van . • ge-

Sluiten