Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144- B IJ DEN DOOD VAN JEZUS»

Geene ontrouw, gesn verraad, geen hoon, geen wrede foltring, Verwekte onedle wraak in 't hart, zoo vol gevoel: IVeen, 'svijand.-- waar geluk, al dervende, te vesten,

Dit, dit bleef 't Godiijk doel. Geen haat van rnottfrers, die om 't kruishout fcmmpefitl juichten, Verdoofde in 'sHeiiands borst dat gaadloos liefde vuur

Welks eeuwigreine v!am de Serafs doet ver/lommen: -

Neen, Liefde alleen verwon een worstlende natuur.

De trouwde boezemvriend moog' voor zijn' liefling nerven. —

Geheel een wereld, juicht en roemt zijn eedie drift:

Zijn vriend betwist hem de eer, en op der eeuwen vleuglen

Staat beider naam gegrift. Maar jezus offert zich voor fnoodasrds, die hem vloeken. Hij fterft, door wraak, door nijd tot fchande en draf gedoemd. God! welk een offer? ~ kniel, aanbid, geheiligdmenschdom, Dat u, ia jezus , 't krotst des Eeuw'gen Vaders noemt. Ja, kniel, aanbid Hem , die uw kluisters heeft verbroken. De bittre vruchten, door het misdrijf trotsch gezaaid, De vruchten, die elk heil voor u verpasten moesten,

Heeft 's Eeuw'gen Zoon gemaaid, 't Afgrijselijkst vergif, door gruwlen , door ontaarding, Voor adams rampvol kroost in 'slevens kelk gemengd, Dronk jezus liefdrijk rot de laatfte bangde teugen. Zijn bloed heelt hemelvreugd op 's fterflings lot geplengd. O liefde! o grootheid, die geen geest ooit kan bevatten! De vrije inenschheid wijd verdwaald door eigen fchuld, Sloot yoor gods licht liet oog , en zag vol fchrik — de toekomst

In 'safgronds nacht gehuld. Maar—licht en hoop en rust zijn'tmeuschdom weer gefchonken. Ja, dervende aan het kruis, o Heer der heerlijkheid! Voor ons vernederd, heeft uw trouw, uwe eeuw'ge liefde Ons, door het dal des doods, ter glorie ingeleid. In U verduurden wij 't gevolg der fnoodfte ontaarding; In U heeft adams kroost aan 't zeedlijk regt voldaan; In U, in U volmaakt, heft heel het uienschlijk aanzijn

Den reinen lofzang aan. Uw dood ontfioot voor ons de bro« van 't zaligst leven; Uw derfuur was gehuld in zwarten middernacht; Maar uit dat vreeslijk uur daagde ons een eeuwge morgen: Ja, onze jongde fnik weêrgalmt nog: '/ is volbragt! In jezus hebben wij den fchrik des doods verwonnen. Gelijk de koele fchaüw, die 't zomerwolkje fpreidt, Is ons het uur des doods. Triomf! door 't fcheemrig duisO god ! gloort de eeuwigheid. (ter >

Ja, de eerfte danktoon der van 't ftof ontboeide zielen Juicht heerlijk: V is volbragt, volbragt op Golgothal De Regter van 't heelal roemt zijn verlosten zalig. —üe Seraf knielt, aanbidt en galmt hunn' lofzang na.

Sluiten