Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

150 BE SPIE GELENDE GEDACHTEN, OVER DE RAMPVOLLE

levens den teederen affcheidskus gaaft, daar dringende belangen uwe tegenwoordigheid elders vorderden. Vol weemoedige teederheid klopte haar hart aan het uwe, in de jonglle omhelzing, rerwijl de blijde hoop ©p een fpoedig wederzien u beide aanlachte. Met eenen zach,ten traan in het_ vriendelijk oog, bleef de, geliefde u naarftaren, terwijl een onbekend voorgevoel uw beider zielen omfchaduwde, toen uwe laatfte blikken elkander ontmoeteden. Reeds verwijderd ontroert u de vreesfelijke flag_; gij fnelt ijlings terug, zoekt vol angst in da verwoesting uwe neergeftorte woning; maar, wat zoekt gij, mijn vriend 1 welke hoop vleit u nog. Uwe Godvruchtige gade is, met eenen biddenden zucht, vooru,, op de lippen, jammerlijk verpletterd» ïk gevoel uw lijden, ja, ik gevoel het lijden van u allen, wier harten verfcheurd zijn door den dood van teedergeliefden. Geen rang, geen levensftand is gefpaard: de fchedel dea grijsaards is verbrijzeld, zijne zilveren lokken druipen van bloed, en het onnoozel wichtje is aan den boezem der verpletterde moeder verllikt, of het vond jammerlijk zijn graf in de w^eg, die ouder het puin werd begraven.

Intusfchen breidt zich de middernacht over de fchep» ping uit, Leijdens verwoesting is met vreesfelijke donkerheid omhuld, terwijl de vlammen, die wijd en zijd uit vergruisde gebouwen ten hemel ft'ngen, den nacht nog verfchrikkelijker maken, en het kwijnend licht der brandende toortfen, gelijk aan het akelig fchljnfel der graflampen, om de puinhoopen flikkert.

Maar, in het midden der ellenden, fchittert de be* fchermende liefde van Hem , die ook de fchijnbare toe» valligheden, aan den geregelden voortgang, tot zedelijke volkomenheid en algemeen geluk, fchakelt. Naauwelijks fnelt het gerucht van Leijdens ramp, door de naburige dorpen en fteden, of de werkzaamfte menfchenliefde vliegt ter hulp. Welk een aandoenlijk tafereel !: Engelen verheugen zich, en goo aanfchouw; met welgevallen zijn beeld, in de menfchelijke natuur. Ondanks den naren nacht, ftroomt eene tallooze menigte uit mededoogen naar de jammervolle flad. Ook het wettig Landsbefluur zorgt op de geregeldfte wijze voor Leijdens, om hulp fchreijende, ingezetenen. Ook hier vergt mijne verbeelding tranen, door gemengde, fmart en vreugd afgeperst. Dierbare Landgenooten, ede' 1 *" " - ■ - * " ■ •" ' la

Sluiten