Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïpè M ONGELUKKIGE MINNAAR, ENÉ.

zijn goeddunken. Hij fpijsde in haar gezelfchap, fchreef, las, en verrigtte, met een woord, al zijne bezigheden op charlotte's kamer.

Öp haar geboortedag hield zich de Marquis bij zijne houten gemalin, van des morgens vroeg tot 'savonds laat, op, en al de domeftieken moesten in gala verfchijiien. 'Op den dag, die hem aan haar aflterven herinnerde, kleedde zich de trouwe minnaar in 't zwart; en in 't zwart ging ook elk, die op het Slot woonde; alleen de gewaande charlotte was in eenen witt.?n lJuijer gehuld.

NtFgenticn jaar lang bragt hij op deze zonderlinge wijze door, en Verordende, kort voor zijnen dood, dat htt beeld terftond na zijn aflterven, als een doode gekleea, in eene kist gelegd, en ter aarde belleldmoest worden, terwijl men zijn eigen lijk in het graf, alwaar

de wezenlijke charlotte rustte, bijzette. — De

beide oppastets verzekerde hij door een jaarlijksch inkomen, \*oor haar ganfche leven, en maakte haar al de kleederen, die het beeld gedragen had, waarvan geen gering aantal voorhanden was — want met elk vierendeeijaars bekwam de houten charlotte een nieuw kleed, naar de heerfchende mode.

Deze zwakheid over 't hoofd gezien, was de Marquis eert zeer verftandig man. Iedereen genoot gaarne Zijn gezelfchap. Zijne onderdanenv hadden aan hem. geen breng Heer, maar eenen voor hun welzijn teeder bezorgden vader. Duizend oogen weenden bij zijn graf; duizend zegeningen begeleidden hem in de eeuwigheid.. Al zijne bedienden waren troosteloos, toen hij ftiei.f, offchoon elk vele goederen bij zijnen dood geërfd had; want iedereen had hij in zijn TTestament vaderlijk bedacht. Zijne erfgenamen deden hem ook eene gedenkzuil oprigten met een opfchiïft, zinfpelende op zijne liefde tot charlotte.

IE»

Sluiten