Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

?3'» GEBRUIKEN, DTE WELEER. TE MALTHA

GEBRUIKEN, DIE WELEER TE MALTHA EJJ BRUILOFTEN PLAATS VONDEN,

Wanneer de ouders der aau elkander verloofden, of derzelver bloedverwanten, die hen uithuwelijkten. heu huwelijksverdrag gefloten hadden, dan zond de bruidegom aan zijne bruid, eene met fraaije linten opgefchikte zode visch. waarvarj de voornaamfte eenen ring. eene of andere traaijigheid of kleinodie in den bek had. Na verloop van eenige dagen, bepaalde men den tijd, wanneer de bruidegom zijne bruid voor de eerftemaal , in tegenwoordigheid van bloedverwanten en vrienden, zien zou. Eer hij echter vericheen, gingen de moeders van de bruid en brui. degoirji in een prieel van den tuin achter het huis of ia eene bijzondere kamer, ftpotten daar, in eenen kleinen vijzel eenig anijs en fpecerijeö met een weinig zout, en mennoen dit onder den uitgelezeniten Malthezer honig.

Hierop vervoegden zij zich in het vertrek van de bruid, en,Saven dezelve iets van haar mengfel in den mond, opdat hare redenen zoet en verftandig zijn tnogten. Op deze eertte bijeenkomst, werden de verwanten en vrienden genpodigd, en overeenkomftig het jaarfaizoen en den rang van het jonge paar, van ververfclring en allerlei zoetigheid bediend. De bruidegom verfcheen" met zijne bloedverwanten en vrienden, Welke aan de bruid hunne gefchenkeri overreikten, die mede, overeenkomftig den (land en het vermogen, in allerlei fraaijigheden, in arm- en halsbanden, of andere dingen, bettondén. Onder deze gefchenken was vaak een gouden ketting tot een teeken van bet aangegane echtverbond. De bruidegom, gaf inzonderheid aan zijne bruid den trouwring , Fede genaamd. Deze ring had de gedaante van twee handen, die elkander vasthielden. Van de zijde der bruid, ontving de bruidegom eenen fraaijeri doek met fijne punten en fchoone linten verliefd. O» de bruiloft zelve, wanneer het uur der verbinding floeg, hingen de voornaamfte bloedverwanten, of ga-ten, de bruid eenen fluijer over het aangezigt; vervolgens was, bij lieden yan aanzien, het gebruik, om in de vrouwe kleederen, hoe nieuw' en kostbaar dje ook waren, eenige fnedèi te geven, en in iedere fnede eene gouden fchulp te (teken. Öp zulk eene wijze opgefchikt en gefluijerd trad de bruid met hare bloedverwanten en gasten haar huis uit, en begaf zich met haren bruidegom, pnder een verhemelte, naar de kerk. Dit verhemelte Werd door tte Foornaamften onder de' 'gasten gedragen. Vooraf ' jin§eo viool- gf giteripeiers, die bij «deren Yoétflap

Sluiten