Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN OOTTINCEN NAAR DE HARTZ. St6?

A'ciiis zijn Clausthal en Zellerfeld van bijkans boomelooze groene velden omringd; waarvan, echter, niet de reden is, dat de boomen er niet willen groeijen, of dat de zon er nooit krachls genoeg heeft om na fcbaduw te doen verlangen. Ongetwijfeld hebben de inwoners liever weilanden voor hun vee rondom zich willen hebben. Doch in de fteden zelve hebben zij zkh lommer bezorgd. Van verre zag ik de ftraten met nog groene linde- en kastanjeboom en beplant, 't geen een bevallig vertoon opleverde.

Terwijl ik nog op de hoogte was, begonnen de klokken bet volk naar de kerken te roepen. Dit oogenblik wachtte ik af om het te zien vergaderen. Hierna begaf ik mij naar de voornaamfte kerk van Clausthal: gemakkelijk vond ik den weg derwaarts» want ik had flechts den Aroom te volgen.' Van alle kanten kwam men uit de huizen om zich daarheen te begeven, met een blijmoedig en welvoegelijk gelaat, dat mij bekoorde. Immer Itond bij mij de zondag in hoogachting, 't Is de dag, op welken de eerlijke werklieden en goede huisvaders waarlijk rust genieten , uitgaande om god voor den zegen over hunnen arbeid te danken, en eenige uitfpanning te genieten ; op welken de vrouwen zich betamelijk opfchikkén; op welken de jongelingen zich eerbiedig bij dezelve vervoegen.

Dit werd door mij ook bij het volk van Clausthal opgemerkt; allen hadden het voorkomen van lieden, die met vermaak ter bijwoning van den' Goddelijken Eerdienst liepen. Een gebedeboek, in hunne handen, maakte een gedeelte van hunnen opfchik uit. De Ideeding was welvoegelijk en zindelijk; een weinig rijk; maar dit vergaf ik haar, omdat mijn pasfementwerker er van leeft; zij hadden een weinig gouden borduurfel op hare mutfen, Dit borduurfel blonk eenigzins; het zag er niet uit, als of het een door anderen afgelegd tooifel was,_ en hierom behaagde het mij; het'riekte niet naar zwierige behoefte; wanneer het verlieten is, koopt men er nieuw voor in de plaats; de pasfementwerker zal niet van honger fterven.

Ik ging niet in de kerk, voor dat de Gemeente aldaar was vergaderd, 't Geen ik toen gevoelde, kan ik niet befchrijven» Ik Helde belang in.dit volk, uit

vree»

Sluiten