Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WAAR GELUK. jjj

F,!k ftatig eikenwoud is Godsvruclits reine tempel;

Elk rozenhaagje ornfchaauwt een heilig feestaltaar;

Elk nachtfiooltje dauwt, voor zorglooze onfchuld, wellust

En 't juichend vooglenkoor itemt met elk minnend hart. *

Elk hutje is 't heiligdom van kommerloos genoegen;

De beek ruischt nieuwe vreugd;

In 't koeltje fuist de ftem der zegenende Godheid:

Ja, hier is 't paradijs.

Doch waarheids wolkloos licht geleidt naauw de ondervinding, Ot heel de fchepping der verbeelding zinkt in 't niet. m° bo"wt nec fpelend knaapje, uit meeuw, zich trotfche Znilenj ntaar , breekt de zon door 't zwerk, ftraks vloeit zijn werk daaf Gewis ook op het land woont kwelling, woont ellende, (heen* De fchaduw van 't geluk

Wijkt ook bedrieglijk daar voor hem, die dwaas offcbuldio-, Zichzelv' en god ontvliedt.

Suist niet het eenzaam woud verfchrikking voor den boosRekt zelfverveling niet elk tijdftip tot eene eeuw, (wicht* Voor hem, die menfchenwaarde en tijd en heil verbeuzelt; Voor hem, wiens looden hart, nooit klopt door waar gevoel? Der velden gouden eeuw is niets, niets dan een droombeeld. Of bloeit gods lusthof daar,

Waar deugd in 't ftrijdperk zwicht en de altijd wanklende Zich vaak ten afgrond Hort? (Onfchuld Neen, 't kunstloos herdervolk, dat, met zijn lot tevreden, De Godheid juichend eert, en gastvrij , elk bemint; Terwijl gods trouw zich in hun reine zeden fpiegelt, En eendragt om elk hutje een' ftroom van wellust dauwt; — Neen, zulk een herdervolk is 't kroost flechts der verdienAch! 't laagfle rietendak (tin«;j Befchaduwt, even als 't gewelf van praalgebouwen, Der zeden zwart bederf.

O hoogfte doelwit der gevleugelde ben-eerteh» U waar geluk! de nrensch is naauw zichzelv*" bewust, Of zucht naar uw bezit doet kracht en drift ontwikklen. Daar zijn verbeelding u met duizend kleuren maalt

Maïr ook'd§ij dauwr§enoc in roz^al der kind'schheid,' juaar ook dat morgen waas

Vn kSK 'r,Wen 'C levensvuur fflet wilde vlammen flikkert, Xju h.4itiic rust verteert.

DatlloSedLWvenhi1daWbee!d no°:t 'ÓS*** hart misleidde, jjat onoeareven hart, zoo zwoegend van gevoel Zoo vatbaar voor genot, zoo gloeijend van verlangen Zoo zorgloos m \ sevaar> zoo zalig reedg doo/hfon> Ta, t u Bw fchaduw die ZoQ vaak hem d verd°ai'enDie hem, door drift bevlerkt vemwaien, Langs paan, waar elke roos 'tafgrijslykstmoord^if wazemt Ten diepllen afgrciid voert. «"««.u wazemt,

Niet

Sluiten