Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 09TTINGEN NAAR DE HART3S, 315

beginfel. Door deze beweegreden , meer nog misfchien dan uit eigenliefde, bemint hij het aanzien, aan het openbaar gezag verknocht; het bevordert zijne genietingen. Genieten is dan zijn algemeen doe!. Maar hoe zal hij dit oogmerk bereiken , te midden van zoo vele belangen, die hij moet wikken en wegen, van zoo vele wetten, die hij moet kennen? Dit zou al zijnen tijd verdinden. Dit in der daad maakte hem de willekeurige magt aangenaam.

Hoe aangenaam is het vertoon van eenen mensch, die met zijn lot te vrede is! Maar wie zoude zich ooit verbeeld hebben, dien mensch in den Mijnwerker te zullen vinden? Ik zie een langen trein werklieden uit de ftad komen, met eene lamp hangende aan hunne hand. De zon fchijnt reeds, en zal de natuur vervrolijken. Men zou zeggen, dat zij op het gezigt van haar vrolijk zijn. Ik volg hen in hunnen optogt. Zij zijn aan de beurt om hunne medearbeiders af te losfen, die, gedurende den nacht, gewerkt hebben. Ik kom met hun bij het luik, 't welk den ingang in de mijnen fluit. Het geraas der werktuigen, die zich aldaar bewegen, en de zwartachtige kleur, welke alles, van de mijnftoffe, die daaruit wordt gehaald, aanneemt, doen mij eenigzms fidderen. Zorgvuldig ga ik voort, door een blazenden wind gewaarfchuwd, dat ik een onderaardsch hol nader. Het geraas neemt toe; het fchijnt zich tot in de ingewanden der aarde voort te zetten. Het zijn de fpelende pompen, en een bak vol mijnftoffe\ die fnellijk naar de hoogte gaat, terwijl een ledige bak na beneden daalt, beiden tegen de balken fchurende, langs welke zij loopen. Te midden van bewegende ketens , aan welke zij hangen, en van de lange pomparmen, die beurtelings op- en nedergaan, ziet men het boveneinde van eene ladder. Het oog kan haar niet volgen, het verliest zich in den nacht. Hier ontfteken de mijnwerkers hunne lampen; en van brood en water tot hunnen lijftogt voorzien, vatten zij de ladder, en verdwijnen de een na den anderen; hunne ftemme zelf wordt allengskens niet meer gehoord, en het zuchtend geluid der zich tragelijk bewegende werktuigen is het eenige, t welk het oor treft. — £ijn het misdadigers

die geftraft worden ? Ziet men geregtsdienaars met den •a„u J«. tior,rl k„_ 1.9 „

hwb. mi uw ««w ucii vuonuiyvt-u t — ■ _ Geenszins;

het

Sluiten