Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HEBZUCHTIGE EN DE NIJDIGAARD. 32<J

fchande gereden was. Bij ons neemt men als zeer

bekend aan, dat een paard het op den duur tegen geen mensch kan uithouden, die Hechts een middelmatig' voetganger is.

DE HEBZUCHTIGE ÉN DE NIJDIGAARD»

(Getrokken uit een oud handfchrift.~)

Langen tijd geleden ontmoetten twee reizigers, van weike de eene een allernijdigst en de andere een onverzadelijk inhalig ichepfelwas, elkander op een* eenzamen weg, en het duurde niet lang, of zij hadden elkanders bedorven en ondeugend karakter volkomen doorgrond. Ondertusfchen bleven zij, uit vrees voor Itruikroovers, onderling in eene goede verdandhouding, tot dat zij op eene plaats kwamen, alwaar de weg zich in tweeën verdeelde, en waar hun wederzijdsch wantrouwen, hun belette de reis voort te zetten, dewijl geen van beide gezind was, om den weg, dien zijn reismakker verkoos , in te flaan. Niet ver daar van daan ftond eene kapel, aan St. Marten toegewijd, en eindelijk befloten onze reizigers, moede van het langdurig twisten, dien heilige tot hunnen fcbudsman te nemen. „ Ik vergun u uwe bede," fprak tot hunne groote verbazing eene ftem, die Uit den grond der kapel Tcheen voort te komen; ,, en tot eene proef van mijne goede gezindheid jegens u, begeer ik, dat een uwer eenen wensch doe, welken ik beloof oogenblikkelijk te zullen vervuilen. Hij geve zijne begeerten Hechts een vrijen loop; en wat goederen, wat bekwaamheden hij ook wenfehen moge, zijt verzekerd, dat hij dezelve verkrijgen zal. Maar er is eene voorwaarde bij: diegene van u, die niets wenscht, zal het dubbel ontvangen van hetgeen de andere zal wenfehen." Het Hot dezer aanfpraak was vrij wat minder aangenaam voor onze reismakkers, dan het be<nn „ Hoe!" zeide de nijdigaard in ziehzelven, , ik zou eenen wensch d0en, die nergens toe diende,'dan om dezen Hechten knaap tweemaal rijker en gelukkiger t;in aken dan mijzelven. . . . Neen , mijn lieer' di X 5 ' Sir.t:

Sluiten