Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANECDOTE RAKENDE PASCAL^ 33

wij integendeel verachting en afkeer verfchuldigd zijn aan de hoedanigheden, welke tegen deze natuurlijke grootheden oyerftaan. Het is niet noodig, dat ik u achte, omdat gij Hertog zijt: maar ik ben verpligt u Te groeten. Indien gij een Hertog en tevens een braaf man zijt,'zal ik u doen toekomen, hetgeen, ik aan de eene en de andere dezer hoedanigheden verfchuldigd ben: dan zal ik u noch de plegtigheden, welke uwe hoedanigheid van Hertog, noch de achting, welke uw karakter als braaf man verdient, onthouden. Ook zoude ik u, zoo gij een Hertog waart, zonder een braaf man te wezen, regt doen; want terwijl ik u die uiterlijke pligten bewees, welke de indelling der menfchen aan uwen rang gehecht heeft, zoude ik niet nalaten, u inwendig die verachting toe te dragen, welke uwe,laaghartigheid verdiende."

„ Zie daar, mijn Heer , waarin het regt van deze pligten gelegen is: en het is integendeel eene inbreuk op het regt, de natuurlijke eerbewijzen aan de vastgeftelde grootheden te geven, of voor de natuurlijke grootheden de vastgeftelde eerbewijzen te vorderen. De Heer N. is een grooter wiskundige dan ik: maar wil hij, om die hoedanigheid, den voorrang van mij hebben, zoo zal ik hem zeggen, dat hij niets van de zaak begrijpt. De geoefendheid in de wiskunde is eene natuurlijke grootheid; zij vordert eene uitftekende innerlijke achting: maar de menfchen hebben daar geenerlei uiterlijken voorrang aan verbonden. Ik zal dus den voorrang van hem hebben, terwijl ik hem, in hoedanigheid van wiskundige, hooger blijf achten dan mijzelven. Zoo ook, indien gij, een Hertog en Pair dês rijks zijnde, u daar niet mede tevreden houdt, dat ik met ongedekten hoofde voor u blijf ftaan, maar daar en boven begeert, dat ik u hoogachte, zoo zal ik u verzoeken mij de hoedanigheden aan te wijzen, welke mijne achting verdienen. Zoo gij dit doet, hebt gij regt op dezelve, en ik kan u dezelve met geen regt onthouden: maar zoo gij het niet doet, zijt gij önregtvaardig, met dezelve van mij te vorderen; en gij zult dezelve voorzeker ook niet verkrijgen, al waart gij de grootfte vorst van de geheele wereld,"

AAN

Sluiten