Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

425 ZEDEN EN GEBRUIKEN

der wellevendheid, zucht om uit te munten, beleefdheid en hoffelijkheid, eene zekere vlugheid en ongedwongenheid, als ook een' vrü grooten trap van be* fchaafdheid; en dus is het zeer natuurlijk, dat zij i« den omgang ook zeer beminnelijk moeten zijn, en zót* is het ook in der daad. — De ongedwongenheid, welke daarin heerscht, zonder nogtans de palen der welvoegeliikheid tc overfchrijden, de wederzijdfche oplettendheid en achting, die men zelfs in de gezelfchappen der mindere (tanden, waarneemt, de dclicatcsfe? met welke de een des anderen gevoeligheid zoekt te verfchoonen, en dan de fijne toon, de hun eigene levendigheid der gefprekken, en het vernuft, waarmede dit afies gekruid is, geven, buiten tegenfpraak, aan de verkeering der Franfchen eene gansch zonderlinge bevalligheid. Dit wordt nog hierdoor verhoogd , dat in alle gezelfchappen — of het moesten drinkpartijen wezen, welke echter niet dikwijls voorvallen vro\~ wen tegenwoordig zijn , zonder welke de StansenZal geene! vrieSdfehappelijken kring voor aangenaam

^De*" groote liefde voor het fchoone gefiacht, welke hier echter gewis meer verfijnd is dan ergens elders, is te zoeken in het bloedrijk temperament des Framchmans, en daaruit ontftaat, in verband met de hem eigene aardigheid, hoffelijkheid. fijnheid, en zucht om te behagen, de zoo beroemde Franjche Galanterie, eene voor& een zoo luchthartig volk zeer heilzame verfijning der ruwe gedachtsdrift.

De Franschman is van.natuur verliefd, hij is een vereerder, een aanbidder van alle fchoonheden, hij is uitermate gedienftig jegens de vrouwen ; en waarlijk , het is bij uit alles geen wonder, dat hij ook een priester der phylifche liefde is, en zich, bij zijne aangeborene neiging tot ligtzinnigheid, niet zelden, veel te fcliielijk-, door de bedwelming der zinnen, tot ongeoorlootden wellust laat vervoeren. Of echter zelfs deze, om ten minde den uitweudigen fchijn te redden, hier niet eenigzins fijner, wat meer door de galanterie omfiuijerd, minder onlhtimig is, dan welligt bij meer andere minder bloedrijke volken, en of niet de neiging tot wellust, welke den Franfchen zoo dikwerf fchamper ten laste wordt gelegd, iu de meeste overige, minder verfijnde landen , ten mintte in gelijke mate, docli ^

Sluiten