Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4|Ö IETS VOOR BRILLENKOOPERS» DE WENSCHEN DES E2EL3»

Wit zijn. Men moet het glas aan alle zijden en in onderfcheidene rigtingen bezien , en derhalve glas en oog in allerlei (tanden brengen, om te Ontdekken, of er ftrepen of blazen in hetzelve zijn, of het goed en zuiver geflepen en gepolijst is. Vervolgens moet men ook inzonderheid wel toezien, of de rand van het glas overal eene even gelijke dikte heeft. Zoo het daaraan hapert, dan is het glas niet goed en gelijk op beide vlakten geflepen.

DE WENSCHEN DES EZELS.

De lente kwam, en alles verheugde zich over der* zeiver verkwikkende bekoorlijkheid. Slechts een armzalige pakezel treurde, en koU voHtrekt niet toeliaan, dat de lente iets fchoons Was; want hij moest dag aan dag hare voortbrengfelen naar de ilad dragen, om verkocht te worden. Vuriglijk wenscbten de zomer toch haast komen mogt. De*omer kwam, maar met denzelven Hechts nog meer vruchten en andere dingen, die de arme ezel naar de ltad liepen moest, terwijl de hitte der zon dit dubbel lastig voor hem maakte. Hij verwenschte den heeten zomer, en reikhalsde naar den herfst. Welhaast brak deze ook aan; maar — o wee! nu kwam er in liet geheel geen einde aan het voortliepen van appelen en peren. Toen had hij hartelijk berouw over zijnen wensch, en hoopte met een ftil verlangen op den winter, wanneer hij toch eenmaal zou kunnen uitrusten. Ook de winter kwam vroegtijdig genoeg; en den ezel verftijfden de ledematen in den ftal van koude. Nu fcheen hem dit verdragelij-

ker, dan arbeid; want hij was immers een ezel.

Maar welhaast deed de vrtesfelijke item van zijnen vlijtigen meester hem op een vroegen morgen van fchrik opfpringen, en hij moest de mest naar den akker dragen. Dit viel hem nog harder, dan al het vorige; en er bleef voor den armen ezel, zoo als hij wel zag, niets overig te wentellen, dan de dood!

Bijt ge in een bittre ramenas,

t>enk Hechts — het is een apanas.

Ken nieuwe wensch — een nieuw verdriet.

Waarnaar gij reikhalst, wet: gij niet.

D E

Sluiten