Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

DROOMER

Haar spel was vaak meesleepend van tot uiting gebrachten hartstocht; hare stemmingen zeide ze uit in muziek. Soms was het vaag-droomerig als ze „Clair de Lune" speelde, van Debussy, dan weer fel, kleurig, iets van Dvórak.

Eens had ze hem zóó betooverd met de grillige wendingen van „L'après midi d'un Faune", dat hij haar plots dankte met een kus op het voorhoofd. Zij had hem toen teruggekust.

En toen hij kort daarop afscheid had genomen, had hem iets gehinderd. Was het dat ze dien kus van hem, zoo gewoon, vanzelf sprekend, aanvaard had? Had hij eigenlijk liever gehad dat ze boos was geworden?

Maar in zijne neiging, steeds in alles het goede te zien, hield hij zich voor: dit was van haar juist edel, te voelen dat zijn kus kuisch was geweest. En zij kon zoo iets doen, hem terug kussen, van haar was dat niet gek.

Wanneer was het voor het eerst geweest, dat hij had geweten niet meer zonder haar te kunnen leven? Een oogenblik dat zij piano speelde, of dat zij met overtuiging gelezen had de Mussets „Chanson", dat begint: „Quand on perd,

par triste occurence, son espérance et sa gaïté " en

dat als genezing voor leed, muziek en schoonheid aanwijst?

Of was het geweest bij een ontmoeting, op een dansavond, toen zij, tusschen vreemden, elkaar hadden aangezien, als twee die dieper herkennen dan anderen, als twee die samen een intiem geheim koesteren, waarvan niemand weet?

Het was voor hem opgestraald.

Eenige dagen later vroeg hij haar.

Zij, verrast, nam hem aan. Waarom vroeg hij haar? Zij begreep ook dit niet goed. Hij had haar eigenijk nooit het hof gemaakt, hij was niet op verovering uit geweest. Hij scheen bijna geen hartstocht tegenover haar te voelen. En nu, zoo kalm, vroeg hij haar.

En zijne vredige blijheid was zoon koestering voor hare nerveuze melancholie, zijne rustige zekerheid zoon steun vaak voor hare onrust, zijn zonnig idealisme was zoon contrast met het koel cynisme van die andere adorateurs, dat zij hem aannam.

Sluiten