Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SONNET

van

GERRÏT LIMPER

Ik wist niet dat ik zóó beminnen kon voordat zij deze woorden had gesproken; wat zijn mij nu der rozen zoete roken,

de wolken, sterren, wat is mij de zon.

Ik weet niet wat ik door dit leed verwon, ik weet mij klein alleen en zoo gebroken als een die van al aardsch geluk verstoken zich niets meer wenscht en zich op niets bezon.

Ik kan haar nu niet haten noch vervloeken vreemd-harde woorden en dien kouden klank: ik wil nu niets meer dan de Stilte zoeken

om in haar hooge woning te vergeten

en eens misschien in diepen, zachten dank

zinnend de reden van dit leed te weten.

Sluiten