Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

DE BEDROGENE

meer naar den gondelier, doch ik bemerkte hoe geheel hare ziel door hem en zijnen zang vervuld was.

Eindelijk bereikten wij ons hotel. Ik sprak over het voorgevallene en mijne indrukken geen enkel woord. Gelijk bij „de geschiedenis met den diadeem" onderdrukte ik schier gewelddadig mijn toorn en mijne gevoelens van onrecht en verzet. Het genoegen van onze reis bleek echter, voor mij althans, geheel bedorven. lederen dag zag ik duidelijk hoe Niuta steeds verstrooider werd, en in haar hart een verlangen en in hare ziel een droom koesterde, dien zij voor mij verbergen wilde, doch dien ik steeds duidelijker en vol weerzin vermoeden moest. Niet alleen werd ik door haat en ijverzucht gekweld, doch bovendien onderging ik de vernedering na een geheel leven van eenzaamheid en ontzegging eene vrouw te verliezen, die ik nooit de mijne had kunnen noemen, voor wie nu werkelijk een „arme drommel" eindelijk de ridder zou kunnen blijken, die hare arme, verloren en verborgen ziel eindelijk „bevrijdde".

Een diensttelegram riep mij plotseling, zij het slechts voor enkele dagen, op mijn post terug. Ik kon Niuta niet bewegen met mij terug te reizen, een eisch, die ook volkomen ongegrond moest schijnen, daar wij nog ongeveer een maand in Venetië hadden willen blijven, en ik, na de korte vervulling mijner plichten, weêr terstond terug kon keeren. Ik ging. De tijd in den trein naar onze hoofdstad, mijn verblijf aldaar, waarvan ik de uren en eindelijk de minuten telde, terwijl ik mijne zaken zoo haastig mogelijk en op eene voor mij ongewone, schier slordige en achtelooze wijze afdeed, en de terugreis naar Venetië schenen mij eindeloos te duren. Ik had getelegrafeerd 's morgens te zullen aankomen; daar ik echter plotseling toch nog enkele uren vroeger had kunnen vertrekken, dan ik verwachtte, had ik op het laatste oogenblik nog verbinding met een trein, die zelve te laat was, zoodat ik 's avonds nog in Venetië aankwam.

Wie 's avonds laat of in den nacht in Venetië aankomt, moet zich overgeven aan het gevoel van een wonderschoonen droom, die hem geheel bevangen houdt en volkomen aan de dingen der werkelijkheid ontrukt. Droomend vervolgt hij

Sluiten