Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

67

ledig ingelicht en het behoefde den villa-bewoners aan niets te ontbreken. Bovendien —

„Geef liever ronduit toe, dat je ons ontvluchten wilt," onderbrak haar de schilder. Het stond hem tegen, dat zijn vrouw niet openlijk voor haar bedoelingen uitkwam.

„Mijn vriendin is werkelijk ongesteld," antwoordde Erica koel. „Hier is de brief, die mij vanochtend door de post bezorgd werd. Overigens wil ik niet loochenen, dat elke aanleiding om vanhier te vertrekken mij welkom is," voegde zij eraan toe, terwijl zij achterover leunde en de handen samenvouwde achter het hoofd.

Willem schoof den brief terzijde, dien zij voor hem had neergelegd.

„Zulke uitvluchten zijn tegenover mij niet noodig," begon hij met lichte ironie. „Wij begrijpen elkaar ook zonder tusschenkomst van derden. Ik zie trouwens niet in, waarom deze zaak zoo tragisch moet worden opgenomen. Zooals je weet, heb ik mevrouw Fransen niet uitgenoodigd om bij ons te komen logeeren. Zelfs is mij, als ik 't eerlijk biechten moet, haar plotselinge verschijning zeer onaangenaam. Maar wat wil je dan, dat ik doen zal? Onder de bestaande verhoudingen kan ik haar toch moeielijk de deur uitzetten."

„Nee! maar je kunt mij laten vertrekken," hield Erica vol.

„Ook dat is onmogelijk," hernam de schilder bedaard, terwijl alleen een bijna onmerkbaar trillen van de stem zijn ergernis verried. „Het zou den schijn hebben, of ik mijn vrouw wegstuurde om mijn minnares te ontvangen. En al vermoed ik, dat het voor jouw beleedigde onschuld een nieuwe triomf zou zijn, wanneer ik tot zulke middelen mijn toevlucht nam — om je de waarheid te zeggen, ik gun je die voldoening niet. Als jij uit eigen beweging ons huis verlaten wilt, dan zal ik je niet tegenhouden. Maar dat is ook alles, wat ik beloven kan. Mijn toestemming krijg je niet."

„Het lijkt wel, of je bang bent om anders je ongelijk te erkennen," glimlachte Erica.

Sluiten