Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

71

Leo bepeinsde zijn toekomst-plannen en was blijde met zijn overwinning, die hij als een gunstig voorteeken beschouwde. Stil lachte hij voor zich uit en sprak:

„Ik heb het spel gewonnen, Maria!"

Zij wendde het hoofd naar hem toe en keek hem aan met een raadselachtigen blik.

„Wacht maar! Een andermaal versla ik jou!" antwoordde zij dreigend.

Haar zwarte fluweelen oogen strookten met donzen teederheid zijn aangezicht; zij gleden langs zijn wangen, zijn voorhoofd, zijn bevenden mond. Hij ademde sneller en er beving hem een onweerstaanbare lust, om over intieme dingen te spreken: dingen, die behoedzame wendingen en een voorzichtige woordenkeus vereischten,

„Maria!" begon hij en er trilde een aandoening in zijn stem. „Hoe kom jij hier zoo te logeeren?"

Zij lachte geheimzinnig met spitse lippen, die zich omkrulden als rozebladeren.

„Ben je niet tevreden mij hier aan te treffen? Zoo n goede tennispartner vindt men niet overal."

Hij wentelde zich op zijn zijde en daarbij kuste hij vluchtig en schijnbaar toevallig haar bovenarm. Zij bemerkte het nauwelijks; het was, of er een lauwe koelte langs haar schouder streek.

„Jij bent de eerste van zijn.... minnaressen, die door zijn vrouw aan huis ontvangen wordt," hoorde zij hem fluisteren.

Haar bewegelijke trekken verstrakten plotseling en werden hard en wreed, zooals van een tragisch masker.

„Ik liet ze de kans niet, om mij te weigeren," verklaarde zij koud. „Onverwacht ben ik verschenen. Er waren nogal wat vreemden aanwezig, die juist wilden vertrekken en den trein moesten halen. Voor een schandaal had niemand tijd."

„Werkelijk! Dat was niet mooi," sprak ernstig de jongeling. „Erica is te goed, om zoo gehoond te worden."

Maria richtte zich op, een tijdlang bleef zij sprakeloos van verbazing.

Sluiten