Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100

KRONIEK VAN HET TOONEEL

strahlungen des poetischen Wortes als bildnerisches Material, der volle sinnliche Akkord alles Wollens, Fühlens, Wiffens: das blühende beseelte Spiel. In ïhm will das Marchen nicht deuten, sondern sich begeben; nicht belehren, sondern verkünden; nicht beanspruchen, sondern bestehen.«

James Barrie, de auteur van »Peter Pan« en »De Deftige Straat« en »De Medailles van de oude Vrouw«, heeft een leerzaam, boeiend sprookje voor het tooneel geschreven, dat hij ïDear Brutus« heeft genoemd, en dat door Het Schouwtooneel wordt opgevoerd met den titel »De Tweede Kans«. Het dateert van 1907.

Het »Dear Brutus« van Barrie duidt op Antonius' woorden uit Julius Caesar:

»Het ligt, waarde Brutus, niet aan ons gesternt' Doch aan ons zelf, dat wij zoo nietig zijn.«

en »De Tweede Kans« van de vertaling duidt op een sprookjesgewijze gesteld probleem van het stuk: Wat zouden de menschen er van terecht brengen als zij eens een tweede kans kregen in het leven? De kwestie waar het om gaat is namelijk deze: De meeste menschen beklagen er zich altijd over dat zij van bun leven zoo weinig gemaakt hebben, omdat zij in hun jeugd een kans verkeken hebben en de verkeerde kans hebben gewaagd, en zeggen er dan bij: »0, als ons nóg eens een kans gegeven werd, we zouden dan wel wijzer wezen, en dan zoudt u eens zien, hoe geheel anders ons leven zou worden!»

In de gewone werkelijkheid wordt die tweede kans nooit meer gegeven, in de hoogere werkelijkheid van het sprookje, waar alles mogelijk is, wèl! Deze tweede kans nu geeft de sprookjesverteller James Barrie zijn menschen op het tooneel, en hij legt dit op de volgende manier aan: Evenals Shakespeare in zijn ïMidsummernightsdream« zet Barrie een Puck op het tooneel, maar geen kobold, doch een modern, heel oud heertje, eigenaar van een landgoed, slechts aangeduid met den naam Lob, die (althans zooals Sam de Vries hem speelde) Puck-achtig rondspringt en Svengali-achtig gebaart, en die in zijn groote huis met mooien tuin een aantal menschen inviteert, juist in den midzomer. Het blijkt al direct dat die menschen hem eigenlijk in 't geheel niet kennen, maar toch zijn invitatie om te logeeren aangenomen hebben, en als u dit wel wat erg onwaarschijnlijk vindt, moet u geen sprookjes op 't tooneel gaan zien, want juist het onwaarschijnlijke is de charme er van. Gij ziet in den salon, op den tuin uitziende, na elkaar binnenkomen Mr. en Mrs. Coade, hij een zielig, schattig, beminnelijk oud gentlemannetje, die door-

Sluiten