Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK DER LETTEREN

111

De op deze wijze ontvangen schat weegt Angiolino zwaar, hij wil zijn makkers onthalen en laten deelen van zijn voorspoed, maar zij ontvangen hem met gejuich en willen niets van hem aannemen; zij onthalen hém, omdat hem geluk ten deel was

gevallen Zijn geldbezit verminderde daardoor niet. Het geluk

was gekomen. En dat geluk wordt door een nóg grooter geluk gevolgd, dat Angiolino weer tot een arm, rijk man maakt. Na eene ontmoeting met een arme die was in groot ongeluk, geeft hij zijn volle beurs weg....

En hij vertelt: „Het was heerlijk heel dien nacht onder de sterren te gaan met een zang in mijn mond. Een zondig mensch is nooit geheel zondig en een arme bezit soms meer dan hij noodig heeft, laat hij de heiligen maar danken en lachen als de wind van de lente over hem waait."

Wie innerlijk blij wil worden door iets onzegbaar-innigs, wie genieten wil van een fijn kunstwerkje, leze dat warm-mooie boekje dat Arthur van Schendel schreef en dat heet „Angiolino en de lente".

JOANNES REDDINGIUS.

Sluiten