Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120

DE GROENE GARGOUILLE

transparante Domtorens verrezen in de blauwe lucht.... En plotseling kromp ze ineen....

Ze voelde dat iemand haar aankeek. Ze wist niet wie en ook niet van waar, maar ergens was iemand die haar zag, die haar beloerde, die haar gezien moest hebben toen zij zich ontkleedde en op het bed neerlegde.

Schuw drong zij achteruit en kroop naar het voeteneinde van haar bed, waar de cel duisterder en veiliger leek. Zij klampte zich vast aan de harde peluw in een onstuimige omhelzing, wenschende er wel in te mogen verzinken en toen — de verschrikte oogen dwalende langs de transen en ommegangen der torens, — zag zij opeens wie het was, die haar begluurde.

Aan een der steunbogen van het koor, juist boven de kloostergang, hing een groote, groene gargouille. Ze had dezen monsterlijken waterspuwer al zoo vaak gezien, — iederen dag zag ze hem zonder dat hij haar opviel. Maar nimmer nog zag ze hem als thans: — het gedrocht hield den platten kop gewend en staarde haar onbewegelijk en onafgebroken aan.

— Maar dat moest zij zich toch verbeelden! —

De gargouille kon zijn kop immers niet bewogen hebben. Ze lachte zenuwachtig, maar hield plotseling op:

— Wat was dat? —

De gargouille spalkte den bek tot een breede grijns, terwijl hij zacht, bijna onhoorbaar teruglachte.

Zuster Barbara kroop tot vlak aan het raam om beter te zien. — Zij vergiste zich toch? — De groene gargouille zat weer onbeweeglijk. Maar in zijn hurkende houding was iets, dat haar bleef verontrusten. Had het dier wel altijd zoo gezeten? Het onderlijf met den slijmerigen schubbenbuik gespannen als tot een sprong?

Angstig keek ze om zich heen of er iemand was, die dat ook gezien kon hebben. Maar er was niemand. Alleen Maria glimlachte en Jozef las in zijn boek. Schichtig keek ze weer op.

Haar hart bleef stil.

Nu was ze er zeker van: — de gargouille bewoog zich.

Sluiten