Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LITTERATUUR IN FRANKRIJK

163

Deze duidelijke aanhalingen zijn voldoende maar niet te veel, om te laten zien dat het lang niet gemakkelijk is om een inzicht te krijgen in de verborgen krachten, welke een nationaal litterair leven beheerschen. Bovendien leert men er uit, dat de uiterste voorzichtigheid geboden is tegenover de aanbevelingen van de Fransche uitgevers en hun letterknechtjes, die maar één doel hebben: aan ons te slijten wat zij kwijt willen zijn. Wij moeten er aan wennen om maar een criterium aan te nemen; en dat is: onze eigen streng persoonlijke voorliefde, zonder ons te bekreunen om wat anderen denken of mededeelen, zonder ontvankelijk te zijn voor suggesties en zonder zorg voor een toekomst, welke niemand kent. Ik zelf lees alle letterkundige studiën en schetsen welke mij, voor een groot deel toevallig, onder de oogen komen. En ik vind dat dikwijls zeer boeiende, aangenaam prikkelende lectuur; maar ik heb mij nog nooit dor wien ook van mijn stuk laten brengen. In deze kronieken kan ik de lezers, die zoo vriendelijk zijn mij te volgen, niet anders geven dan het getrouwe en accurate verslag van mijn eigen ervaringen en ontmoetingen. Algemeen geldende en absolute waarheden zijn mij ten eenenmale onbekend. En ik kan dus ook moeilijk verder doorgeven wat ik zelf niet bezit. Critiek, zooals ik die opvat, is de reactie, op een gegeven oogenblik, van een bepaald boek op een aandachtigen menschelijken geest. Veel „vastigheid" biedt deze formule niet. Het is, au fond, een quaestie van onderling vertrouwen, het is een vrij intieme verhouding van mensch tot mensch, n.1. van lezer tot criticus. Van dat vertrouwen hangt alles af. Zoo lees ik steeds met de grootste aandacht wat Jan van Nijlen in het maandschrift „Groot-Nederland" over de Fransche letteren mededeelt. En of ik het met hem eens ben of niet is mij om het even; altijd heb ik mijn genoegen en mijn profijt er aan. Maar het zal niet in mij opkomen om kennis te nemen van de opmerkingen van een Premsela betreffende dezelfde materie. Het eenige wat een oprecht criticus van zijn lezers vragen kan is dat stille vertrouwen, hetwelk een afwijkende opinie geenszins uitsluit; het eenige wat hij hun mag belo-

Sluiten