Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

195

zinnige leugen zijn moreele overwicht te herstellen. „Weet je, wat er gisteravond tusschen Willem en mij is gebeurd?" hervatte hij schamper. „Ik heb voor het vervolg de toelage geweigerd. Hij bad en smeekte — zonder succes, ik liet mij niet verteederen. Alleen voor zijn tranen ben ik tenslotte bezweken."

„Wel, wel!" antwoordde Maria kalm. „Jij hebt dus ook begrepen, dat die toelage niet bedoeld was als een hulde aan je artistieke talenten. Dat valt mij mee."

Het was Leo, of hij een dolkstoot in de borst ontving, zijn oogen werden vertroebeld door een vochtig waas. Hij aanschouwde de vrouw tegenover hem, zooals men iemand in een tooverspiegel aanschouwt. Zij leek een caricatuur, haar lippen vertrokken zich tot een wreeden, onmenschelijken lach. En eensklaps, zonder bezinning, wierp hij zich op haar. Zijn linkerhand omknelde haar leest, met de rechter duwde hij haar hoofd omlaag en in haar hals drukte hij een wilden kus, die zijn zinnen bedwelmde....

Op hetzelfde oogenblik klonken er stemmen uit den tuin, die snel naderden en een vroolijk hallo-geroep lieten hooren. Krachtig stiet Maria den onstuimigen knaap van zich af, zoodat hij bijna achterover viel. „Ploert!" beet zij hem toe. Dan stond zij op, schikte met beide handen het wanordelijke haar en snelde de aankomenden tegemoet. Leo volgde haar langzaam met de handen in zijn zakken en een gluiperige uitdrukking op het gelaat.

Halverwege de villa troffen zij Willem en Anna Goedeman, die door Erica van het station waren gehaald. Zij werden al sinds eenigen tijd verwacht en den vorigen avond was er eindelijk een brief ontvangen, waarin hun bezoek werd aangekondigd. Elk seizoen logeerden zij een paar weken op het buitenverblijf, waar Anna haar huishoudelijke zorgen trachtte te vergeten en Willem vlijtig schetsen maakte van het Geuldal. Goedeman was leeraar aan de Haagsche teekenacademie en behoorde tot een groep jongeren, die met slaafsche bewondering van Baerle imiteerden. Van oorsprong bezat hij een teeder gemoed, droomerige neigingen en veel zin voor romantiek. Maar de

Sluiten