Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

199

Zij heeft mij lief, zij heeft mij lief! mijmerde hij bij zichzelf. Het was, of een lichte, blanke stemming zijn gemoed verhelderde. Was dat niet het wonder, waarnaar hij zoo lang al smachtte: zij, de reine, de smettelooze, die hem, den zondaar, beminde? O! zij was de vrouw, die zijn smart genezen en zijn wonden heelen kon; de vrouw, die moeder was en geliefde tevens. Bij haar wachtte hem niet de walging, die er na een overijlden hartstocht volgt; in haar armen kon hij droomen en vergeten, terwijl zij met haar rustige handen zijn verwarde haren streelde. Hoe licht werd het alles en stil en zilverblank!

Maar opeens ontbrandde er in zijn ziel een donkere vlam van haat. Was zij kuisch en onbevlekt, dan kon zij nimmer de zijne worden. Waarom ook moest zij eenmaal met den schilder trouwen? Van Baerle immers was een kunstenaar en door zichzelf alleen kon hij nieuw leven scheppen. Hij werd zich bewust van zijn onsterfelijke krachten, indien hij kleuren op een doek penseelde of met zijn duim de sierlijkste vormen kneedde. Maar ik — zoo dacht bitter de knaap — ik kan mij enkel een god voelen, indien het mij vergund is om een vrouw te beminnen en kinderen voort te brengen. O! hoe haat ik hem, hoe haat ik hem! Hij bezit alles, wat een mensch voor zich verlangen kan, en aan mij ontneemt hij nog de liefde, de eenige liefde, die ik noodig heb. En waarom? Is het niet louter om te bezoedelen en te onteeren, wat ik met vroomheid aanbidden zou? O! hoe haat ik hem, hoe haat ik hem!

Leo dacht niet aan den tijd; hij wist niet, of er uren of minuten waren verloopen, sedert Erica hem verlaten had. Het bloed bonsde in zijn slapen en het was, of een worgende hand zijn keel dichtkneep. Dan kreeg hij plotseling den indruk, of er iemand naast hem stond; er werd op zijn schouder getikt en hij keek omhoog.

„Dat doet mij plezier, dat ik je eindelijk gevonden heb!" riep vroolijk Willem Goedeman, die ongemerkt den moestuin was binnengetreden. „Wij moeten aan tafel, de anderen wachten al."

Sluiten