Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244

HET GYMNASIUM

boven hem jubelen, als hij met Nico ergens aan een sloot zit in de luwte van een terp.

Guus komt hem na eiken schooltijd trouw op de hoogte houden van de laatste bulletins uit den oorlog in Transvaal; het gaat beroerd met de Boeren; de jongens worden er triest van, als er telkens weer Engelsche overwinningen zijn en die dappere kerels, die hun geboortegrond verdedigen, niet op kunnen tegen de overmacht van Rhodes en Chamberlain.

Pa gaat er ook heelemaal onder gedrukt, als hij Willem op Marktdag komt opzoeken. Willem heeft naar huis geschreven, dat hij zijn kamer moet houden, omdat hij kou heeft gevat en nu niet, als gewoonlijk op Marktdag, met Nico even bij Pa op het logement kan aanloopen. Hij heeft gevraagd, of Pa nu bij hem zou kunnen komen koifiedrinken en zoo wordt hij nu gastheer van Pa.

De juffrouw is er zenuwachtig van; ze geeft een schoon tafellaken, achter in de week, ofschoon 't vuile nog haast ongerept is, ze heeft nog meer schaaltjes met lekkernijen op tafel dan anders en Willem wordt wel een beetje bang, dat Pa het te erg zal vinden, zooals hij hier leeft als een vorst. Pa vindt het ook wel wat erg; hij schudt bedenkelijk het hoofd, als Willem hem zult presenteert en rookvleesch en leverworst en straks nog vraagt, of Pa een beschuit wil met kaas of met bessengelei. Pa heeft al een eitje gegeten, maar vindt het knappende wittebrood zoo lekker, dat hij voor de verleiding bezwijkt en de eene boterham na de andere oppeuzelt.

Als Willem Pa na het koffiemaal laat zitten in den vouwstoel voor 't raam, en Pa steekt daar een fijne sigaar op, kijkt Willem toch wel met trots naar dat indrukwekkend gezicht; begrijp eens aan: Pa bij hem, op zijn eigen kamer, ten eten! 't Is of Pa zich verlegen gevoelt bij zijn oudsten zoon; ja, Willem is zoo toch wel een heusche student!

Sluiten