Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

248

HET GYMNASIUM

Dit is een avontuur! Wel geen slotheer, maar toch een type, een zonderling. Natuurlijk, graag een kop koffie; wat een beste dag!

„Jakkeitsje! Twee koffie!" brult de man achterom het huisje in. Hij doet de onderdeur open, waarover hij leunde, en de jongens treden het winkeltje binnen. Ze moeten zich bukken en uitkijken dat ze zich nergens stooten. Het is allemaal scheef en laag en verzakt. Plof! daar stapt Guus mis en tuimelt de kamer in; hij had niet op den drempel gelet; de kamer ligt een voet lager dan 't winkeltje.

Het venster is haast gelijkvloersch met de straat; voor 't venster zit een oude vrouw met een geweldigen bril; ze staart de jongens aan als een uil en spert haar mond open.

„Toe gauw, Jakkeltsje, koffie!" buldert het manneke en knipoogt raar tegen Willem. „Hier heeren, neemt een stoel en een sigaar."

Nu staat zijn mond niet stil en ratelt hij aan één stuk door; af en toe houdt hij het mormel van een hond koest met een schop onder de tafel of doet hij een nijdigen uitval naar de kakatoe, die krijscht in zijn kooi. Jakkeltsje lepelt schapenmelk in de koffie en schuift zwijgend de kopjes bij.

Als hij over zichzelf en het dorp verteld heeft, gaat hij de jongens uitvragen. Zoo, leeren ze voor dominee. Dan moeten ze, als ze uitgeleerd zijn, maar hier op het dorp komen. De oude dominee zal wel gauw opkrassen; 't is zijn tijd. We hebben nieuw bloed noodig.

„We zijn hier voor 't nieuwe!," schettert het manneke en stelt Guus, die van zijn uitval schrikt, gerust met een vervaarlijken knipoog. „We moeten van al die ouderwetsigheid hier niets hebben. Dominee is een beste man, maar wat heb je aan die oude stroosnijders, waarover hij altijd jeuzelt? Die zijn al lang dood en begraven. De maatschappij moet verbeterd, dat is nommer één, Pieter Jelles, dat is onze man, We zijn hier rood. Maar jelui lijkt me een paar frissche jongkerels; zulk slag moeten we hebben en als de oude heer opgekrast is, zal ik om je denken. Schrijf mij

Sluiten