Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PROFESSOR

door

JEANNE REYNEKE VAN STUWE

(Slot)

— Toe, zit niet zoo te ginnegappen als 'n bakvisch, verzocht Rina wrevelig, jaloersch, omdat professor haar niet had gevraagd, thee te schenken. Straks, in de kamer, zat je ook al zoo flauw te lachen en te smoezen met John.... 't hinderde professor, ik merkte 't duidelijk!

— Professor is nogal gauw op z'n teentjes getrapt, zei Cecilia; die blikken van hem.... precies als van 'n meneer, die z'n hond in z'n mand heeft gejaagd, en nu furieus opkijkt, als 't arme dier zich even beweegt!

— Geestig! haalde Rina haar neus op, en wendde zich tot de anderen met de vraag: hoe zij professor vonden?

— Hemelsch! dweepte Emma van Rhenen, en.... hemelsch! lispten de Méricourtjes haar na. Die stem! 't Is of je. ...

— Metalen slagen hoort! vond Cecilia.

— Zoo krachtig, zoo welluidend, zoo suggereer end.... bewonderde dokter Laagland.

Sluiten