Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

DE PROFESSOR

een ontzaglijke drift maar zelfs deze snelle gedachte

vermocht haar niet te ontroeren.... zelfs deze onbeheerschte daad zou geen bekoring voor haar hebben, — zij voelde het met spijt.

— Nu weet ik 't, je bent niet diep, — maar hol, hol, 'n holle leegte is je ziel, aanstelster, die je bent! Behaagzucht! ijdelheid, — dat is je heele karakter, — en verder .... niets!

Hij streek zich heftig met zijn zakdoek over zijn verhit voorhoofd, en merkte, dat de trein zijn vaart verlangzaamde. Hij nam zijn hoed, zijn college-tasch. ...

— O, zei hij, hard, ik heb 't land, dat ik je deze voldoening heb gegund. Maar beroem er je niet op: ik zal je gauw genoeg vergeten. Lang duurt 't niet, of 't is voor me, alsof je nooit hebt bestaan.

Hij rukte het raampje neer, en boog zich naar de kruk van het portier, nog vóór de trein geheel stil stond. En terwijl de deur opensloeg en hij den coupé verliet, beval hij, zonder om te zien:

— En ga nu naar huis. Ik begeer je nooit meer te zien. Cecilia stond op het perron, en zag, hoe de korte, breede

gestalte zich verwijderde met gedecideerden pas.

Toch.... ondanks zijn zelf vergeten, was hij de sterkste gebleven. Zij, ondanks haar koele, hoogmoedige houding had een leelijk figuur geslagen, en was door hem bestraft als een ondeugend kind.

Terwijl zij zich langzaam naar de wachtkamer begaf, om daar een trein naar den Haag af te wachten, dacht zij met sarcasme:

Maar dat wou je immers zoo graag? 'n man tegenover je hebben, 'n geweldige persoonlijkheid, die je overheerschen zou door zijn kracht? Hm, — 't is je, geloof ik, niet meegevallen, wel?

Neen, bekende zij zich. 't Is me niet meegevallen. Als ik zélf maar iets had gevoeld.... maar ik bleef zoo koud als 'n steen.

Maar.... het was alsof er opeens een licht opging in haar geest: natuurlijk bleef ik onverschillig, want ik

Sluiten