Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MODERNE OUDERDOM

309

De heer Cannegieter begint met eenige onvriendelijkheden aan het adres van de generatie, die in zijn jeugd de oudere was. Die menschen waren erg deftig en speciaal 's heeren Cannegieter's pleegvader was een eerbiedwaardig man met witte lokken etc. Dan zegt echter de heer Cannegieter:

»Maar met de deftigheid van zijn tijd had hij nog een andere kenmerkende tijdkwaal gemeen: hij dronk.«

Zooiets moest de heer Cannegieter niet schrijven. Waarom was die deftigheid een ti)dkwaal en bijv, geen tijddeugd? Zulk een implicite veroordeeling, zonder spoor van bewijsvoering, is willekeurig subjectivisme, verdonkeremaand bij middel van terloopsche vermelding. En waren de leden van die generatie heusch zóó erg aan den drank, dat drankzucht een kenmerkende tijdkwaal mag heeten? Het heeft er veel van, alsof de heer Cannegieter hier de eigenaardigheden van den persoon-inquaestie — zijn pleegvader — generaliseert tot eigenschappen van diens generatie.

Nu wordt de heer Cannegieter geplaagd door de vrees, zelf, al verouderd, bekrompen in zijn oordeel en mitsdien grijsaard te worden. Een onafwendbaar noodlot. Behoudens Voronoff, natuurlijk, maar, gezien de onwaarschijnlijkheid, dat de apenklieren ook den geest verjeugdigen, mogen wij de verjongingskuur wel terzijde laten, zoodat nog altijd geldt: wie niet oud wil worden moet vroeg sterven. Tegen welk laatste de meesten bezwaar maken. Zonder nochthans oud te willen worden. De heer Cannegieter wil zulks beslist niet; op pag. 7 verklaart hij het uitdrukkelijk:

»Niemand wil oud worden. Ook ik wil niet oud worden. Derhalve is het niet waar, dat de tegenwoordige jeugd teveel in de melk heeft te brokkelen. Alles mag waar zijn, slechts dit niet.«

Deze bijdrage tot de psychologie van den ouder wordenden heer Cannegieter spreekt voor zichzelf. De heer Cannegieter wil niet oud worden en schijnt ook geen hulp van het mes te verwachten. Neen, hij bouwt zijn hoop op psychische middelen. Luistert maar naar wat hij op pagina 10 zegt:

».... eerbiedwaardige vaders en kostbazen, die door zelfcritiek voorshands tegen dreigende ouderdomsverschijnselen bewaard blijven en door verstandig inzicht nog te juister tijd zijn te redden «

Dus: de oudemanne-gedachten verdringen, zich dwingen, desnoods contrecoeur, tot aanvaarden en bewonderen van de jeugd.

Sluiten