Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

332

MODERNE OUDERDOM

vorm van mobilisatie etc. — voor wat de ex-neutrale staten betreft. Zij heeft ondervonden, waar de oudere generatie toezag. En haar conclusie staat als een paal boven water: oorlog is een kwaad. Geheel afgescheiden van sentimenteele overwegingen, lijdt het geen twijfel, dat de oorlog slechts nadeelen gebracht heeft. Dooden, verminkten, zedenverwildering, armoede, werkloosheid, revolutie. Waartegenover als winst slechts staat: een scherp besef van dit alles; een schrale winst, die daarbij overbodig zou wezen, als de ramp achterwege gebleven ware. En, let wel, dit pacifisme gaat veelal, doch volstrekt niet abijd of noodwendig, samen met antimilitarisme en roode gezindheid. Integendeel. Juist de rechts-radicale jongeren leggen den nadruk op het zinnelooze van den krijg, die daarop neerkomt, dat de deugdelijke, vaderlandslievende, goedgezinde elementen van twee volken elkander afmaken, terwijl de slechte anti-nationale elementen het veege lijf bij middel van desertie en uitvluchten dekken, om dan te zijner tijd revolutie te maken. Zoo een revolutie heeft zoodoende alle kans, want de verdedigers der Orde liggen op de slagvelden begraven. Adres aan Rusland, Duitschland, Oostenrijk etc. Natuurlijk kunnen er uitzonderingen op den regel bestaan, o.m. bijv. oorlogen, waarin de tegenpartij zóóveel zwakker is, dat de overwinning zonder noemenswaardige offers behaald kan worden. (Coloniale oorlogen, maar ook niet altijd). Doch deze uitzonderingen zijn slechts schijnbaar, want zulke veldtochten kan men geen «oorlog», in eigenlijken zin, noemen. Deze, de kamp tusschen twee gelijkwaardige tegenstanders, leidt onherroepelijk tot de genoemde nadeelen. Het belang van het Vaderland vergt vrede en een sterk, betrouwbaar leger, om den vrede door ontzaginboezeming, zoo naar buiten als naar binnen, te bewaren.

Ook den heer Cannegieter is het niet ontgaan, dat de naoorlogsche wereld verre van stabiel is. Op pag. 75 geeft hij het te kennen:

»Een andere vraag is, in hoeverre de thans als „naoorlogsch" aangeduide gesteldheden zich op den duur zullen handhaven. Veel wat met zulk een ontzaggelijken vloed aan het strand wordt gespoeld, ebt weer weg. Reeds merken we die ebbe op tal van gebied. Maar toch iets is er in alles, wat zal beklijven en de menschheid in haar verhoudingen en gedragingen, gevoelens en gedachten een nieuw uiterlijk geven zal.«

Inderdaad, de kentering is in vollen gang. Tenminste voor wat Europa betreft. In Nederland, achterlijk als immer, kondigt zij zich nog slechts aan. Maar met de wetenschap, dat ons land altijd een goede kwart halve eeuw achter de meest voorlijke

Sluiten