Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. M. G. L. VAN LOGHEM

in en tusschen de „komedianten" te leven maar er tegelijk een beetje boven te staan. Dat deed van Loghem. Als de een of andere spotlustige vernufteling in het theaterleven hem met een bijnaam op snaaksche wijze pierde, dan neuriede van Loghem een operette-wijsje, dat in de mode was en stapte, vriendelijk groetend, vlug langs den spotvogel heen. Als Louis Bouwmeester weigerde een rol als die van voerman Henschel te spelen, omdat dit stuk naar zijn inzicht een verheerlijking van den zelfmoord inhield en niet met zijn kunst- en levensopvatting strookte, dan antwoordde van Loghem, vol overtuiging en kracht:

„Mijnheer Bouwmeester, U speelt die rol wel. En U zult er heel veel succes van hebben. Dag mijnheer Bouwmeester."

Dat kan alleen iemand doen, die geleid wordt door de liefde voor zijn werk, de uitkomsten van zijn arbeid in het oog houdt en aan de helderheid van zijn oordeel het kunstzinnig begrip van zijn tijd verbindt.

Dat heeft van Loghem gedaan.

Hij is nimmer een koele ontkenner van de verdiensten der Nieuwe-Gids-mannen geweest. Hij stond zelfs gaarne een plaats af in „Nederland", indien het werk zijn persoonlijken smaak bevredigde.

Heeft hij niet aan Heyermans de gelegenheid gegeven, dat aardige stuk over zijn Ervaringen met de Ghetto-vertooningen te Londen in „Nederland" te publiceeren? Heyermans, die van Loghem's „Liefde in het Zuiden" eens met een „sneer" uit zijn kritische pen bejegend had, werd gastvrijheid verleend. Dat is ruim. Dat is mild. Een ander zou het stuk teruggestuurd hebben, al was het nog zoo „aardig", geestig en waar.

Dat komt, omdat van Loghem in zijn diepste wezen een fijn kunstenaar is en voor een werk als „Schakels" van Heyermans een innig respect had. Van politieke tirades, van socialistische tendenzen, was hij afkeerig. Hij hield meer van plastische schildering dan van den hol-schreeuwenden demagogen-toon. Hij hield meer van fijne typeering dan van het moraliseerende preekersgeluid. Voor

Sluiten