Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AFSPRAAK

gek het toch was, dat hij zich een verre wandeling had voorgesteld en daar al zoo lang, eerst in de sombere fabriek en nu weer in dat muffe kamertje bleef.

De deur ging open en Freerik riep tot Pim: — Sèg, sal 'k 't nou effe doen? Gauw dan, we motte so weer an de gang!

Zij bedankten de juffrouw en liepen haastig met Freerik achter het huisje en de olie-loods en kwamen op een veldje waar appel- en pereboomen stonden.

— Nou, geif op je dubbeltje!

— Dubbeltje! opponeerde Pim. — Vijf centen, met Kobus samen.

— Waarvóór? vroeg Kobus verbaasd.

— Och, hij kan vlammen spugen, zegt ie, groote vlammen.

— Met hèm heb 'k niks te maken, snauwde Freerik. — Met joü is 't afgesprauke.

— 'k Moet het eerst zien.

— Sèg! 'k Sal je toch niet beblikseme!

Spijtig bracht Pim het dubbeltje te voorschijn. Toen haalde Freerik een fleschje benzine uit zijn broekzak. Het was hem aan te zien, dat hij geagiteerd was.

— Wil jij 't es prebeire? vroeg hij aan Pim met een schraal glimlachje. Zijn kop werd vuurrood, zijn oogen vonkten. — Achteruit jullie! Uittrappe as 't gras gaat brande! beval hij, heesch en rad sprekend. — As ik me bran, spring 'k zóó in de sloot. — Toen nam hij een slok, streek een lucifer aan, spoot een fijn straaltje uit, stak dat op armslengte aan, sprong op hetzelfde oogenblik achteruit en liep hard naar het hoofdgebouw.

— Zóóveel vind ik 'r nou niet an, zei Kobus.

— Nou zeg, je moet maar durven! Jan en Kees hebben "t een andere jongen 's zien doen. Die stak te vroeg aan, terwijl ie nog aan 't uitspuiten was en toen heeft ie zijn mond en zijn borst en zijn buik vreeselijk verbrand, want hij liet van de schrik de benzine uit z'n mond loopen.

— Als 'k dat geweten had, had 'k er niet bij willen zijn!

— O, maar Freerik beloofde me dat ie 't vast goed kon. Langzaam gingen zij naar de fabriek en hoorden hoe

Sluiten