Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AFSPRAAK

— Wel, wel, was er niets? Dus de vrinden wouên mekaar voor de aardigheid maar 's even een paar blauwe oogen slaan! Nee, ouwe jongens, — opbiechten!

— Nou, tante, Pim wil me niet betalen.

— Niet betalen! riep zij verbluft, — moet hij jou dan betalen?

— Ja zeker, tante! — En toen kwam het melkhuisverhaal. — Vind u dat nou om te lachen, tante, vroeg hij spijtig.

— Nee, Kootje, eigenlijk niet. 't Is een leelijke geschiedenis. Maar om jou moest ik huilen. Wat is dat nou, moet je 't Pim lastig maken om een glaasje melk!

— O maar, wacht 's tante! Toen zijn we nog weer aan 't wandelen gegaan, omdat het nog zoo vroeg was, ziet u, heelemaal tot de Muiderpoort, en toen waren we vreeselijk moe. Pim zei: laten we in de open tram gaan zitten, ik zal heusch wel thuis om 't geld vragen. We hebben eerst nog bessen gekocht en toen zijn we gaan trammen, samen naar de Dam en toen hij nog verder.

— Wel Pim? informeerde tante.

Pim zei niets. Hij kon toch niet biechten, dat hij een nog dringender schuld had aan Piet Esland?

Zij wist hen weer vreedzaam aan 't spelen te krijgen. Maar een kwartiertje later hoorde zij hen opnieuw kibbelen.

— Kan ik 't helpen? zei Pim. — Méér kan ik toch niet afbetalen. Ik krijg zelf maar vijf centen in de week.

— Je lijkt ook wel mal, dat je daar genoegen mee neemt. Vijf centen! Wie kan daar nou van leven....

— O tante, wat hebben we een plezier gehad! vertelde Kobus, weer een paar dagen later, aan tante Margo. — We hadden meer als twintig vuurpijlen, en ik had een ster en een draaiende zon, en oom Cor een donderbus, en Pim had allemaal lampions — nog van vroeger, ziet u — die hingen aan ijzerdraad boven het plat van tante Marie.

— Wel, wat een pracht! En waarom was ik niet op dat feest genoodigd? Da's wat moois!

— O maar, wacht 's, tante, dat kon ik hèusch niet helpen!

Sluiten